Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Bachelor
Sociale geografie en Planologie
Opslaan in favorieten

Studieprogramma

De bachelor Sociale geografie en Planologie duurt drie jaar. Elk studiejaar is opgebouwd uit twee semesters van elk ongeveer 20 weken college en omvat 60 studiepunten. Het eerste semester loopt van begin september tot eind januari; het tweede semester eindigt begin juli.

  • Eerste jaar - ontmoeten

    Het eerste studiejaar staat in het teken van “ontmoeten”. Je maakt kennis met de ruimtelijke bril waarmee geografen en planologen naar de samenleving kijken; welke onderwerpen en concepten staan centraal? Welke ‘tools’ gebruikt een sociaal-ruimtelijk wetenschapper om zicht te krijgen op de wereld om haar heen? Wat betekent het om een academicus te worden en welke vaardigheden heb je daarvoor nodig? Je volgt een vast programma bestaande uit drie uitgebreide thematische vakken (36EC), en drie gericht op onderzoeksmethoden en academische vorming (18EC). Je sluit het jaar af met een groepsproject waarin je een oplossing maakt voor een bestaand ruimtelijk probleem.

    Studiegids Sociale geografie & Planologie

  • Tweede jaar - verkennen en ontwikkelen

    In het tweede jaar leer je hoe je onderzoek doet. Dat begint met theoretische methodes die je eerst in Nederland toepast door een onderzoek te doen voor een opdrachtgever. Hiervoor ga je in januari een week op veldwerk.

    Je sluit het tweede jaar af door een onderzoek in het Buitenland te doen.

    Daarnaast kun je je eigen richting kiezen door een keuze te maken uit 10 profileringsmodules. Zie Jaar 2 de uitklaplijst met de Profileringsmodules.

  • Derde jaar - ontwikkelen

    In het derde jaar wordt de ontwikkelfase voortgezet. Je profiel geef je verder vorm door een tweede profileringsmodule te kiezen en door de invulling van de vrije keuzeruimte. De keuzeruimte kun je invullen door extra profileringsvakken te volgen, een minor of vakken bij een andere opleiding te doen, of door een half jaar in het buitenland te studeren. Of je kiest ervoor om stage te lopen om een deel van je keuzeruimte in te vullen. Je sluit de bachelor af met een scriptieproject waarvoor je zelfstandig empirische data verzamelt, analyseert en in theoretisch raamwerk plaatst. Als je alle onderdelen van de bachelor met goed gevolg hebt afgerond, ontvang je het bachelordiploma en de titel Bachelor of Science (BSc).

     

Studieschema

VAKKEN SEM 1 SEM 2 SEMESTER 1 SEMESTER 2 EC
  • Inleiding Planologie
    1—2
    12
  • Inleiding Sociale Geografie
    1—2
    12
  • Academische Vorming
    1—3
    6
  • Inleiding Sociaal Ruimtelijk Onderzoek
    ???studyprogramme .period??? 4
    6
  • Stedelijke Dynamiek
    4—5
    12
  • Methoden & Technieken 1
    ???studyprogramme .period??? 5
    6
  • Ruimtelijk Programmeren & Ontwerp
    ???studyprogramme .period??? 6
    6
VAKKEN SEM 1 SEM 2 SEMESTER 1 SEMESTER 2 EC
  • Gebonden keuze: Profileringsmodule
    4—5
    12
  • Gebonden keuze: Verdiepingsmodule
    ???studyprogramme .period??? 5
    6
  • Methoden & Technieken 2
    1—2
    12
  • Research abroad
    ???studyprogramme .period??? 6
    6
  • Spatial Interventions
    1—2
    12
  • Leeronderzoek: Planologie
    2—3
    6
  • Planologie: Wetenschap & Praktijk
    ???studyprogramme .period??? 4
    6
VAKKEN SEM 1 SEM 2 SEMESTER 1 SEMESTER 2 EC
  • Gebonden keuze: Profileringsmodule
    1—2
    4—5
    12
  • Methoden & Technieken 3
    1—2
    4—5
    6
  • Vrije keuze: Vrije Keuze
    1—6
    30
  • Bachelorscriptieproject
    1—6
    12

Meer weten over het studieprogramma? Kijk in de studiegids

Extra mogelijkheden

Binnen het studieprogramma heb je de ruimte om een halfjaar (30 studiepunten) volledig naar eigen inzicht in te vullen, met een internationale uitwisseling, een onderzoeksstage, keuzevakken of een minor.

Stage

Je kunt de vrije keuzeruimte invullen met een stage. Een stage kan je intellectuele houding, kennis en vaardigheden, die in eerdere studiejaren zijn opgedaan, aanscherpen. Bovendien kan de (onderzoeks) stage een zinnige voorbereiding bieden op het schrijven van de bachelorscriptie. Je kunt zelf op zoek naar een stageplek maar je kunt ook de stage-coordinator benaderen.

Uitwisseling

Met het Erasmus-uitwisselingsprogramma kun je in het derde jaar een semester onderwijs volgen aan een universiteit in de EU, maar ook in landen daarbuiten (bijvoorbeeld Turkije of Canada).

Keuzeruimte en minor

In de vrije keuzeruimte kun je je verder specialiseren binnen de opleiding of jezelf verbreden door bij een andere opleiding vakken te volgen, zoals bijvoorbeeld bij Sociologie, Communicatiewetenschap, Politicologie of Economie. Je kunt de keuzeruimte ook gebruiken om je voor te bereiden op een master in een andere richting dan de Planologie of Sociale Geografie.

Je kunt ook een minor volgen bij een andere opleiding of één van de interdisciplinaire minoren. Een minor is een samenhangend vakkenpakket van meestal 30 studiepunten, waarmee je kennis kunt maken met een ander vakgebied. Door de keuze van een minor kun je je persoonlijke interesses in een studiepad combineren.

UvA minoraanbod

Honoursprogramma

Ben jij een talentvolle student op zoek naar meer verdieping in je studie, dan is het Talentprogramma geknipt voor jou. Je maakt op originele wijze kennis met wetenschappelijk onderzoek door een uitdagend pakket van verdiepende of verbredende vakken. Je richt je programma zelf in en je werkt op hoog niveau samen in kleine groepen.

Het Talentprogramma bestaat uit 30 EC die je bovenop het reguliere studieprogramma van de bachelor kunt volgen en omvat tevens het Honoursprogramma

Studielast

De bachelor is zo ingericht dat je 40 uur per week met je studie bezig bent. In het eerste jaar heb je ongeveer 12-15 uur college per week; de resterende tijd besteed je aan zelfstudie. Je doet veldwerk, maakt opdrachten, studeert voor tentamens, en je bereidt je voor op excursies en colleges. 

In het tweede en derde studiejaar ligt het aantal contacturen wat lager dan in het eerste jaar, en wordt zelfstudie belangrijker.