Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Het is vrijdagochtend, dus zet ik mijn computer op de eettafel, trek ik een stapel papieren uit elkaar, pak ik een pen en zie ik – op mijn computerscherm, die beelden van mijn webcam toont – dat de rotzooi op het aanrecht wel erg in het oog springt. Ik ben net bezig de ergste rommel op te ruimen als een deurbelgeluid uit mijn koptelefoon de komst van de eerste student aankondigt: betrapt.

Bram Mellink

Welkom in de wereld van het digitale onderwijs. Sinds midden maart geven we aan de UvA vanwege de coronacrisis digitaal les, net als middelbare scholen, MBO’s, hogescholen en andere onderwijsinstellingen. Ik gebruik daarvoor het online platform ZOOM, waarbij iedereen elkaar via de camera’s goed kan zien en direct kan overleggen. Dat is ook nodig, want ik geef werkcolleges ‘Geschiedfilosofie’, bijeenkomsten waarbij het vooral draait om discussies tussen studenten over een aantal klassieke teksten die we allemaal lezen. Op die manier raken studenten bekend met het werk van beroemd geworden vakgenoten en denken ze na over de vraag wat voor soort historicus zij zelf zouden willen zijn.

Zo’n discussie-achtige opzet werkt niet goed met twintig of vijfentwintig webcams tegelijk. En daarom is de werkgroep tijdens de coronatijd verdeeld in drie groepen. Studenten uit ieder groepje schrijven eerst een mini-essay over de teksten die we die week bespreken, zoals The Cheese and the Worms bijvoorbeeld, waarin de Italiaanse historicus Carlo Ginzburg aan de hand van een door de inquisitie veroordeelde molenaar uit de zestiende eeuw een beeld probeert te schetsen van een verloren gegane volkscultuur. Nadat de essays op een forum zijn gepost, gaan studenten over hun stukken met elkaar in gesprek en bespreken ze een aantal grotere thema’s uit het boek. Na een halfuur kom ook ik erbij, en praten we met elkaar verder door over hun bevindingen, het belang van de nieuwe cultuurgeschiedenis die Ginzburg vertegenwoordigt, en over de vraag wat je als historicus, via één leven, te weten kunt komen over de volkscultuur van de zestiende eeuw. Hoe representatief is het leven van één mens? Wat kun je via één mens te weten komen over diens omgeving? En wat voor soort bron is eigenlijk het inquisitieverhoor waarop de historicus Ginzburg zich heeft gebaseerd?

Zo ga ik, één voor één, de drie groepjes af. Intussen komt een huisgenoot de gezamenlijke keuken binnen voor een pak melk, een andere huisgenoot loopt langs met haar vierjarige dochtertje en af en toe hapert het internet wat. Aan het einde van het college praat ik met het laatste groepje nog even na: de dagen gaan wel erg op elkaar lijken; steeds vanuit huis werken is wel saai. Maar ik merk zelf dat ik juist daarom in deze periode extra uitkijk naar onze wekelijkse, gezamenlijke discussies. Jammer dat nu de afwas wacht.

Dhr. dr. A.G.M. (Bram) Mellink

Faculteit der Geesteswetenschappen

Capaciteitsgroep Geschiedenis