Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Op 21 augustus j.l. overleed Mieke B. Smits-Veldt op 84-jarige leeftijd in haar woonplaats Den Haag. In 1960 werd zij aangesteld als assistent bij de afdeling Neerlandistiek van de UvA, in 1963 als wetenschappelijk medewerker en ruim een decennium later als universitair hoofddocent. Tot haar pensionering in 2001 heeft ze generaties studenten laten delen in haar grote kennis van de Nederlandse literatuur- en toneelgeschiedenis. Jeroen Jansen schreef onderstaand in memoriam.

Mieke Smits
Mieke Smits - Veldt

Mijn eerste kennismaking met Mieke, in de winter van 1985, verliep nogal tumultueus. Op het eerste college van een cursus over kluchten in de zeventiende eeuw verscheen Mieke onverwacht. Een paar dagen eerder had de beoogde docent zijn heup gebroken en Mieke viel in. Meteen werden we meegenomen in haar uitbundige enthousiasme. Ze had het op dat moment razend druk met de afronding van haar proefschrift, maar dat was aan haar werkdrift en inzet nauwelijks te merken. Ze overrompelde en inspireerde ons met haar brede kennis van het Nederlandse toneel, nam ons tijdens de cursus mee naar de tentoonstelling `Portretten van echt en trouw’ in het Frans Hals museum – Mieke verzorgde de toelichting - en bedacht dat we het vak gezamenlijk met een maaltijd ten huize van een van de studenten zouden afsluiten. Het werd een avond met veel muziek, zang en voordracht. Zoiets hadden we niet eerder meegemaakt. Uitvoerig vertelde ze ons over haar leven, over het eerste artikel (1975) dat ze had gepubliceerd, een doorwrocht onderzoek naar een klucht van Samuel Coster. Ze onthulde ons hoe lang ze eraan had geschaafd en hoe zenuwachtig ze de eerste reacties had afgewacht.

Zo leerden we Mieke kennen, onze geliefde docent die zich heel betrokken voelde bij het wel en wee van haar studenten. Graag bemoeide ze zich ook met hen. Vanuit een haast moederlijke bezorgdheid vroeg ze naar hun relaties en bezigheden.

Van het zeventiende-eeuwse toneel wist Mieke alles, zo bleek, en haar proefschrift (1986) over de morele instructie in een aantal tragedies van Samuel Coster bevestigde dat beeld al snel. Vooral het tweede hoofdstuk daarin was baanbrekend, vanwege de theoretische en praktische lijnen van het renaissancedrama en het onderzoek daarover. Bij de promotie werd al voorspeld dat het een nieuwe standaard zou worden in de vakliteratuur.

Mieke was in alles en iedereen geïnteresseerd en haar hoge werktempo en bruisende energie zorgden voor een omvangrijk en veelzijdig oeuvre. Vakgenoten waardeerden haar interpretaties en inzichten. Vragen van collega’s beantwoordde ze altijd bereidwillig en vakkundig.

Mieke publiceerde over Hooft, Bredero, Vondel en Huygens, en hield zich bezig met pastorale poëzie, de heldinnenbrief en het rederijkerstoneel. Later stortte ze zich op brieven en gedichten van vrouwelijke auteurs, en schreef ze een biografie van Maria Tesselschade, met wie ze een soort persoonlijke verwantschap moet hebben gevoeld. `Leven met talent en vriendschap’ luidt de ondertitel veelzeggend. In de jaren rond haar pensionering (2001) nam een monsterproject haar in beslag: samen met de Leuvense hoogleraar Karel Porteman schreef ze een nieuwe literatuurgeschiedenis voor de periode 1560-1700 in de prestigieuze Taalunie-reeks: Een nieuw vaderland voor de muzen (2008), een prachtige voltooiing van een rijke wetenschappelijke carrière.

Wij wensen haar echtgenoot Hans en hun kinderen Ivo, Jurgen en Heimon met hun gezinnen veel sterkte om dit verlies te verwerken.