Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Digitale infrastructuren spelen een steeds grotere rol in geopolitieke conflicten. Tegelijkertijd worden de infrastructuren van onze samenleving zelf steeds sterker gepolitiseerd. Hoe kunnen we anders leren kijken naar digitale systemen die zo bepalend zijn voor onze economie, veiligheid en communicatie? Het critical infrastructure lab, opgericht door Fieke Jansen, Maxigas Dunajcsik en Niels ten Oever, probeert een antwoord op deze vragen te vinden.
Een datacenter van Google Foto: Chad Davis

‘We zijn het lab begonnen omdat we allebei geïnteresseerd zijn in de vraag hoe macht en conflict doorwerken in infrastructuur,’ vertellen Jansen en Ten Oever. ‘Tegelijkertijd willen we ook perspectief bieden en niet alleen bekritiseren: we streven naar een infrastructuur waar de mens en planeet boven kapitaal en controle staan.’ 

Copyright: Sander Nieuwenhuys/Bastiaan Heus
We zitten vast in het idee dat digitale systemen eindeloos kunnen groeien. Maar ze draaien op fysieke grondstoffen, energie en arbeid, die allesbehalve grenzeloos zijn. Niels ten Oever, critical infrastructure lab

Vervuiling 

Die visie staats nog haaks op de huidige industriële en politieke realiteit. Zo heeft de Europese Commissie als doel gesteld het aantal datacenters in de komende vijf jaar te verdrievoudigen. Opschaling van digitale infrastructuur zou noodzakelijk zijn om te kunnen concurreren met de Verenigde Staten en China. 

‘De vraag is alleen wat je wint als je die race daadwerkelijk wint,’ zegt Ten Oever. ‘Ik zal het antwoord geven: een kapotte planeet. Het is necropolitiek. We zitten vast in het idee dat digitale infrastructuur eindeloos kan groeien. Alsof ontwikkeling en gebruik immaterieel zijn. Maar digitale systemen draaien op fysieke grondstoffen, energie en arbeid. Ze zijn allesbehalve grenzeloos.’ 

Volgens Ten Oever bestonden er in het verleden verschillende visies op hoe computing eruit zou kunnen zien. ‘Silicon Valley heeft die strijd gewonnen en bepaalde de standaard voor chipproductie. De chips die we nu gebruiken zijn het resultaat van een extreem vervuilende en extractieve industrie.’ 

Een andere manier van denken 

Als het roer om moet, dan vraagt dat niet alleen om technische innovatie, maar ook om andere manieren van denken. Jansen en Ten Oever zien daarin een belangrijke rol voor de geesteswetenschappen. ‘Digitale infrastructuur is diep verweven met politieke en economische belangen. Geesteswetenschappers kunnen die machtsstructuren analyseren en duiden.’ 

Doordat we onze eigen energie gingen produceren, veranderde onze manier van denken. De vraag was niet meer: hoeveel energie hebben we nodig, maar: hoe kunnen we ons systeem optimaliseren?

Verandering vraagt om nauwe samenwerking met de mensen die technologie daadwerkelijk ontwikkelen. Voor Europa ligt daar volgens Ten Oever een belangrijke kans: sterker inzetten op open software en open hardware, en innovatie organiseren via samenwerking tussen overheid, universiteiten, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. ‘Ook voor ons ligt daar een kans. We willen niet van een afstand de boel analyseren, maar er dicht op zitten met de mensen die de technologie ontwikkelen – vooral omdat dit de meest interessante ideeën oplevert.’ 

Als concreet voorbeeld toont hij drie potten modder met een zogenoemde geobacter-bacterie. Deze bacterie zet organisch materiaal om en geeft daarbij elektronen af, waarmee elektriciteit kan worden opgewekt. ‘Doordat we onze eigen stroom gingen produceren, kregen we ineens een eigen, kleinschalige elektriciteitsinfrastructuur. Dat veranderde onze manier van denken. We vroegen niet langer: hoeveel energie hebben we nodig om dit product te gebruiken? Maar: hoe kunnen we dit systeem zo optimaliseren dat we toekunnen met alleen deze bacterie? Dit omdenken voelt in het begin onwennig, maar we ontdekten juist dat er ontzettend veel vrijheid in zit.’ 

Advies 

Met hun visie adviseert het critical infrastructure lab uiteenlopende beleidsmakers, waaronder de Europese Unie en de gemeente Amsterdam. ‘Samen met Leitmotiv, Advocates for the Future, Bits of Freedom en DeGoedeZaak hebben we een brief gestuurd over het plan om drie datacentertorens in Amsterdam te bouwen,’ vertelt Jansen. ‘Die torens zouden samen mogelijk evenveel elektriciteit verbruiken als alle Amsterdamse huishoudens bij elkaar.’ 

De coalitie heeft daarnaast juridisch advies ingewonnen over de rechtmatigheid van het vergunningstraject. Die bevindingen worden gedeeld met gemeenteraadsleden en gedeputeerden van de provincie. ‘Dat past binnen het bredere onderzoek naar hoe we de governance van datacenters nu organiseren,’ zegt Jansen, ‘en hoe dat eruit zou moeten zien als we niet macht en kapitaal, maar mens en planeet centraal stellen.’ 

Momenteel werkt het lab ook aan een onderzoek voor de Europese Commissie naar de technische impact van digitale soevereiniteit. ‘Het is bijzonder om te merken dat ons werk daadwerkelijk effect heeft,’ besluit Ten Oever. ‘Beleidsmakers weten ons te vinden en wanneer dat gebeurt hopen we ze te inspireren.’ 

Dr. J.C.M. (Fieke) Jansen

Faculteit der Geesteswetenschappen

Capaciteitsgroep Media & Cultuur

Dr. N. (Niels) ten Oever

Faculteit der Geesteswetenschappen

Europese studies