Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Met haar benoeming op de Hans van Manen-leerstoel werd Gabriele Klein vier jaar geleden de eerste hoogleraar Ballet en Dans in Nederland. Ze blikt terug op een periode waarin ze niet alleen onderwijs gaf en onderzoek deed, maar ook probeerde ons denken over dans te veranderen. ‘Dans wordt nog steeds totaal anders behandeld dan andere kunstvormen.’
Gabriele Klein (foto: Bob Bronshoff)

Gabriele Klein begon haar academische loopbaan niet in de dans, maar in de geschiedenis en sociologie. Pas later kruiste dans opnieuw haar pad. ‘In 1982 werkten we in mijn eerste praktijkcollege met nieuwe dans­technieken, zoals contactimprovisatie. Dat was destijds heel vernieuwend. Iedereen in dat practicum was gefascineerd,’ vertelt ze. Daarna ging ze naar Amsterdam om hedendaagse dans te studeren.

In eerste instantie zag ze zichzelf niet als academicus: ‘Wat ik eigenlijk wilde, was gewoon dansen.’ Uiteindelijk besloot ze haar proefschrift aan dans te wijden, ondanks het advies van haar begeleider om dat niet te doen. ‘Hij zei: als je op dans promoveert, krijg je nooit een baan.’ Klein lacht: ‘Gelukkig is het anders gelopen.’

Bredere discussie over dans

Naast hoogleraar Dans en Performance Studies aan de Universiteit van Hamburg werd Klein in 2022 ook de eerste hoogleraar Ballet en Dans in Nederland. Met haar leerstoel, ondersteund door Nationale Opera & Ballet, sloeg ze een brug tussen de universiteit en de beroepspraktijk. Die ambitie kreeg concreet vorm in onder meer een reeks publiekslezingen bij Nationale Opera & Ballet, over thema’s als de relatie tussen ballet en hiphop, dans en literatuur, of de vraag of ballet een ‘vrouwelijke’ kunstvorm is. ‘Ik wilde een bredere discussie op gang brengen. Niet alleen binnen de universiteit, maar juist ook met een theaterpubliek dat normaal gesproken alleen komt kijken.’

Volgens Klein is een discussie over de culturele en maatschappelijke betekenis van dans  hard nodig. ‘We beleven dans anders dan bijvoorbeeld theater of muziek. Bij die kunstvormen zijn we gewend betekenis te construeren. We interpreteren en contextualiseren wat we zien of horen. Maar bij dans gebeurt dat veel minder. Dans wordt vaak gezien als amusement: mooi om naar te kijken, fascinerend vanwege de virtuositeit, maar zonder diepere reflectie en bredere culturele contextualisering.’

Gabriele Klein (foto: Bob Bronshoff)

Samenwerking met Hans van Manen

Klein is ervan overtuigd dat dit beeld ook met onderwijs te maken heeft. ‘Op school leren we hoe we een schilderij kunnen interpreteren of een compositie kunnen analyseren, maar we hebben geen ervaring met het interpreteren van dans. Terwijl deze kunstvorm juist bijzonder rijk is aan sociale en politieke betekenissen. Of het nu om ballet of moderne dans gaat, de wals of de tango, TikTok-dansjes of dans als protestvorm – dans heeft zich altijd ontwikkeld op het snijvlak van macht en verzet, controle en rebellie.’

Een van de hoogtepunten van Kleins tijd in Amsterdam was het contact met choreograaf Hans van Manen, die in december 2025 overleed. ‘Hij kwam langs om met studenten te spreken en vertelde openhartig over zijn leven, zijn werk, zijn ervaringen’, vertelt de hoogleraar. ‘Dat was ontzettend waardevol. Van Manen was zo’n groot kunstenaar en uitzonderlijk mens, en tegelijk zo benaderbaar en oprecht geïnteresseerd in jonge mensen.’

Aan het eind van dit academisch jaar gaat Klein met emeritaat. ‘Mijn tijd in Amsterdam was fantastisch, ik had me geen betere universiteit en stad kunnen wensen’, blikt ze terug. ‘Amsterdam is een ongelooflijk internationale stad, net als de danswereld. En hier is een unieke concentratie van instellingen die het dansveld versterken. Ik ben dankbaar dat ik kleine bruggen heb kunnen bouwen tussen theorie en praktijk, tussen de academie en de danskunst, tussen wetenschappelijk onderzoek en artistieke productie, en dat ik een breder publiek heb kunnen stimuleren om na te denken over de betekenis van dans.’