Faculteit der Rechtsgeleerdheid
5 maart 2026
Iedereen heeft zijn eigen COVID-verhaal. Het verhaal van Pramiti gaat als volgt: ze verhuisde tijdens de pandemie van India naar Amsterdam, moest bij aankomst in quarantaine en maakte de avondklok mee. ‘Het was een dystopische situatie. India werd al snel getroffen door een tweede golf waardoor veel van mijn vrienden en familie werden getroffen. Het was natuurlijk een enorme motivatie om mijn onderzoek af te maken.’
‘In de wetenschap is de algemene verwachting dat COVID niet de laatste pandemie zal zijn. Het is niet de vraag óf, maar wanneer de volgende pandemie onze geglobaliseerde samenleving zal treffen. In het kader van pandemieparaatheid onderzoek ik hoe landen wereldwijd toegang krijgen tot pandemievaccins voor hun bevolking en hoe dit wordt beïnvloed door externe factoren. Ik onderzoek met name hoe het Europese en Indiase beleid van invloed is op de toegang tot vaccins in andere delen van de wereld. Beide regio's zijn grote producenten van vaccins, waardoor ze zeer invloedrijk zijn als het gaat om de wereldwijde distributie.’
‘Elk leven, waar ook ter wereld, heeft dezelfde waarde. Vanuit moreel perspectief moeten we mensen beschermen. In principe wordt dit idee aanvaard in het internationaal recht: het internationaal recht erkent het recht op gezondheid en toegang tot gezondheidszorg. Er zijn dus morele en juridische redenen. Bovendien kent een pandemie geen grenzen. Als we open grenzen willen – wat we om economische redenen inderdaad willen – is het slechts een kwestie van tijd voordat een virus zich tussen verschillende delen van de wereld verspreidt.’
De oplossing is niet simpelweg medicijnen uit de EU naar Oeganda te sturen
‘De oplossing is niet om simpelweg medicijnen uit de EU naar Oeganda te sturen. Medicijnen zouden niet alleen in één deel van de wereld geproduceerd moeten worden. Ik ben van mening dat elke staat zijn burgers moet kunnen vaccineren, wat betekent dat een land deze vaccins moet kunnen ontwikkelen en op voldoende schaal moet kunnen produceren en reguleren. Maar nu hebben de inwoners van Oeganda niet dezelfde toegang tot medicijnen als Nederlandse burgers. Ik heb een kader ontwikkeld voor “staatscapaciteiten”: de feitelijke mogelijkheid van een staat om zijn eigen bevolking te beschermen. De mogelijkheid om dat te doen wordt beïnvloed door de beschikbare kennis en infrastructuur binnen het land, maar ook door externe factoren zoals internationaal recht, andere landen en farmaceutische multinationals. Het achterliggende idee is dat de staatscapaciteiten moeten worden uitgebreid. Het is belangrijk dat Oeganda ook zelf vaccins kan produceren.’
‘Het produceren van een vaccin is natuurlijk een enorme onderneming: het is erg duur en alleen zinvol bij grootschalige productie. Regionale capaciteiten kunnen een belangrijke aanvulling zijn. Dat betekent dat verschillende Afrikaanse staten hun krachten kunnen bundelen om meer lokale vaccinproductie te realiseren. Het is de verantwoordelijkheid van de staat om toegang tot medicijnen te bieden. Maar in onze sterk verweven wereld hebben staten ook verantwoordelijkheden tegenover elkaar.’
Pramiti Parwani verdedigde haar proefschrift bij de onderzoeksgroep Law for Health and Life en het Amsterdam Centre for European Law and Governance (ACELG). Haar onderzoek wordt gefinancierd door de EU en de Indiase regering en richt zich op internationaal recht, pandemieparaatheid en wereldwijde toegang tot vaccins. Ze is nu universitair docent aan de Universiteit van Warwick in het Verenigd Koninkrijk, waar ze onderzoek blijft doen naar wereldwijde gezondheid en internationaal recht.
‘Schaarste is een enorm probleem. Tijdens de coronacrisis zagen we dat landen veel meer vaccins hadden dan ze nodig hadden. Ze wilden ervoor zorgen dat er meer dan genoeg was voor hun eigen bevolking. Vaccins werden vaak naar andere landen verscheept als ze bijna over datum waren. Dit “eigen mensen eerst-gevoel” is een onderliggend probleem. Ik wil ook niet zeggen dat ik die logica niet begrijp. Je wilt ervoor zorgen dat je bevolking tijdens een crisis beschermd wordt. Onzekerheid en paniek zijn de drijfveren achter deze acties. Daarom is het belangrijk om ons te richten op het uitbreiden van de capaciteiten van elk land of elke regio om zijn eigen vaccins te ontwikkelen en te produceren, vooral in die regio's waar dit momenteel niet gebeurt. Om dat te doen, hebben we bindende internationale afspraken nodig – en moeten we niet wachten tot de volgende pandemie uitbreekt.’
‘Ik denk dat de resultaten helaas gemengd zijn. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft gewerkt aan een nieuwe internationale overeenkomst die hopelijk nuttig zal zijn bij de volgende pandemie. Er zijn veel hervormingen doorgevoerd, maar ik denk niet dat die ver genoeg gaan om echt ingrijpende veranderingen te realiseren. Technologieoverdracht is bijvoorbeeld cruciaal voor de ontwikkeling van vaccins. India en andere landen waren ervoor om farmaceutische bedrijven te verplichten hun gegevens te delen. Maar de EU wilde alleen vrijwillige overdracht. Dat betekent dat het probleem grotendeels blijft bestaan. Er is geen bindend kader voor de volgende crisis. Uiteindelijk is dit ook een politieke kwestie.’
De belangrijkste les van de pandemie is dat we in een crisis moeten overschakelen op samenwerking
‘Er is enige vooruitgang geboekt. Afrika produceerde voorheen slechts 1 procent van de vaccins die het nodig had voor zijn eigen bevolking. Die capaciteit is nu uitgebreid, in samenwerking met andere landen. Wat de EU betreft zal zij er rekening mee moeten houden dat er een volgende pandemie komt. Gelukkig praten landen en regeringen meer met elkaar. De belangrijkste les van de pandemie is dat we in een crisis moeten overschakelen op samenwerking.’