Faculteit der Rechtsgeleerdheid
29 juni 2026
‘Een publieke prijsvraag is een procedure waarmee de overheid het beste idee selecteert om een maatschappelijk probleem op te lossen. Soms gaat het om de vraag wat te doen met een oud gebouw, of juist om een ontwerp voor een nieuw gebouw. Wat ook vaak voorkomt, is dat de overheid op zoek is naar een innovatie, zoals de toepassing van AI om de gezondheidszorg te verbeteren. Prijsvragen worden daarnaast ingezet voor maatschappelijke initiatieven. Een gemeente kan bijvoorbeeld de groenste ondernemer uitroepen om duurzaamheid te stimuleren. Verder wil de overheid via prijsvragen uitzonderlijke prestaties belonen. Dat zie je in de wetenschap onder meer terug bij de geldprijzen van de NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, waaronder de Spinozapremie en de Stevenspremie.’
‘Ik denk dat de overheid dit instrument niet effectief kan inzetten als ze niet begrijpt waar ze juridisch gezien mee bezig is. Er is niet één juridisch kader voor publieke prijsvragen, maar tegelijkertijd is zo’n prijsvraag nooit ongereguleerd. Dat kan leiden tot onduidelijkheid, een uitslag die niet rechtmatig tot stand is gekomen of de verstrekking van onrechtmatige staatssteun. Dat is niet bepaald bevorderlijk voor het oplossen van de achterliggende maatschappelijke problemen.’
De overheid kan een publieke prijsvraag niet effectief inzetten als ze niet begrijpt waar ze juridisch gezien mee bezig is.
‘Soms wel, soms niet. Ik heb in mijn proefschrift gekeken naar 144 publieke prijsvragen. Ik kwam er al snel achter dat de scheidslijn tussen de verschillende soorten publieke prijsvragen best vaag is. Daarom heb ik een algemeen juridisch kader opgesteld voor alle publieke prijsvragen en getoetst of overheidsorganisaties zich daaraan houden. Er zijn aandachtspunten, onder andere op het gebied van de baten en lasten voor deelnemers.’
‘Soms is het prijzengeld gewoon te laag. Of er gelden zware intellectuele eigendomseisen ten aanzien van het winnende idee. Als een innovatie een doorbraak blijkt te zijn, zit daar ontzettend veel waarde in. Van wie is het winnende plan? Van de bedenker of van de overheid die geld heeft geïnvesteerd? Bij mij blijft de indruk achter dat sommige overheidsorganisaties vooraf niet duidelijk zijn over de procedure. Zowel de overheid als de winnaar kunnen dan voor vervelende verrassingen komen te staan. Of marktpartijen zien helemaal af van deelname. Dat ondermijnt het innovatiepotentieel van de prijsvraag.’
Louise Verboeket verdedigt op 3 juli haar proefschrift ‘Vrij spel? De inzet van publieke prijsvragen ter toekenning van geld en grond door overheidsorganisaties’. Ze is verbonden aan de afdeling Publiekrecht (sectie Staats- en bestuursrecht) van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Daar gaat ze naar haar verdediging aan de slag als universitair docent Bestuursrecht.
‘Natuurlijk wel, maar die juristen zijn soms overvraagd of gewend aan een bepaald soort procedure, terwijl er ook andere opties zijn. Of ze worden er pas bijgehaald als iets op politiek en bestuurlijk niveau al is besloten. Mijn advies zou zijn: haak juristen sneller aan. Het recht wordt vaak als een obstakel gezien, maar het kan juist veel zekerheid en ruimte bieden. Ik hoop dat overheidsjuristen iets aan de kaders in mijn proefschrift hebben.’
‘Een publieke prijsvraag is heel geschikt om de samenleving te betrekken en innovatie te stimuleren. De overheid vertrekt immers vanuit een vraag en laat het aan de markt en burgers met welke oplossingen zij komen. Maar de overheid is risicomijdend en gaat soms ondoordacht te werk. Daardoor blijven er kansen liggen. Hopelijk draagt mijn proefschrift eraan bij dat die kansen vaker worden benut.’