Faculteit der Rechtsgeleerdheid
25 juni 2026
Bij de Israëlische bombardementen op Libanon zijn in 3,5 maand tijd ruim 4.100 doden en meer dan 12.000 gewonden gevallen, van wie een groot deel burgers waren. Marieke de Hoon, universitair hoofddocent Internationaal strafrecht, is in NRC kritisch op de aanvallen. ‘Nederland kan zich niet positioneren als hoeder van internationaal recht als wij een bondgenoot hiermee laten wegkomen.’
De herhaalde aanvallen in Zuid-Libanon begonnen kort na de hernieuwde escalatie van de oorlog begin maart 2026. In veel gevallen gaat het om twee aanvallen op dezelfde plek. Het komt ook voor dat dezelfde locatie – of hulpdiensten die van en naar de locatie rijden – meerdere keren wordt aangevallen.
Volgens het oorlogsrecht moet elke aanval worden getoetst aan de vraag of het doelwit legitiem is en of de aanval proportioneel is. Een eventuele volgende aanval op hetzelfde doel moet opnieuw worden getoetst aan deze criteria.
Daarnaast is bij elke volgende aanval de kans groter dat er hulpverleners en andere burgers aanwezig zijn, waardoor de kans groter is dat de aanval niet meer proportioneel is, aldus hoogleraar Militair recht Marten Zwanenburg in NRC. Volgens hem heeft Israël voldoende methoden om te beoordelen of een aanval legitiem is.
Medisch personeel en hulpdiensten genieten bijzondere bescherming onder het oorlogsrecht. Israël stelt dat strijders soms gebruikmaken van ambulances of zich voordoen als zorgpersoneel. Onafhankelijke verificatie van deze specifieke claims is complex en is in een lopend conflict vaak beperkt mogelijk.
Volgens De Hoon is internationale samenwerking een effectieve manier om bewijs te verzamelen en vervolging mogelijk te maken. Nederlandse autoriteiten werken daarbij samen met andere Europese landen, zoals eerder gebeurde bij onderzoek naar misdrijven gepleegd door Islamitische Staat, het Syrische regime en Rusland.
Het is een model dat echt tot vervolgingen leidt, vertelt De Hoon in De Groene Amsterdammer. Zij doet onderzoek naar hoe internationale misdrijven worden berecht. ‘De meerwaarde is ook dat niet iedereen opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Want net als bij IS kom je bij de IDF in dezelfde eenheid vaak meerdere personen uit Europese landen tegen. Dat maakt dat veel van het bewijs bruikbaar kan zijn voor zaken die in verschillende landen spelen.’