Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Hoe zorgen we dat kunstmatige intelligentie (AI) niet alleen sneller, maar vooral betrouwbaarder en menselijker wordt? Volgens Sander Klous, hoogleraar AI & Audit aan de Universiteit van Amsterdam, ligt het antwoord in de praktijk.
Sander Klous
Sander Klous

In zijn oratie getiteld ‘From Scientific Results to Business Impact and Back Again’ pleit hij voor een nauwe wisselwerking tussen wetenschap en organisaties. Juist de frictie die ontstaat bij implementatie leidt tot betere technologie en relevanter onderzoek.

Twaalf jaar geleden hield Klous zijn eerste oratie. Waar die ceremonie toen vooral een persoonlijk moment markeerde, kiest hij nu voor reflectie. Niet op 1 project, maar op een patroon dat door zijn hele loopbaan loopt, van de natuurkunde tot accountancy en AI.

Klous begon zijn carrière in de deeltjesfysica, waar hij werkte met enorme machines en complexe software. ‘In de natuurkunde leerde ik dat een ontdekking niet begint met een resultaat,’ zegt hij. ‘Het begint veel eerder: met het bouwen van een instrument dat de werkelijkheid kan verleiden om antwoord te geven.’ Die les vormt nog altijd de basis van zijn denken over AI.

Van afstand naar samenwerking

Volgens Klous staat wetenschap vaak nog te ver af van de praktijk waarin technologie wordt gebruikt. Onderzoekers ontwikkelen modellen en ideeën, terwijl organisaties werken aan concrete problemen die direct opgelost moeten worden. Die werelden komen niet vanzelf samen. Veelbelovende projecten stranden juist omdat ze geen duidelijke plek vinden in de dagelijkse realiteit van organisaties.

De oplossing ligt volgens Klous in een andere manier van werken. Niet beginnen bij een onderzoeksvraag, maar bij een urgent probleem. Niet eerst theorie en daarna toepassing, maar direct bouwen aan oplossingen die in de praktijk werken.
‘Implementatie is niet het eindpunt van onderzoek,’ stelt hij. ‘Het is het begin.’

Praktijkgerichte AI-experimenten

Die manier van werken vraagt om meer dan goede ideeën alleen. Net als in de natuurkunde draait het om infrastructuur: systemen, processen en data die stevig genoeg zijn om betrouwbare inzichten op te leveren. Als die infrastructuur klopt, ontstaat een omgeving waarin technologie getest, begrepen en verbeterd kan worden.

Dat geldt in het bijzonder voor AI, dat steeds vaker een actieve rol speelt in organisaties. De vraag is niet alleen wat de technologie kan, maar ook hoe we die zo ontwerpen dat processen controleerbaar, uitlegbaar en betrouwbaar blijven. Klous pleit daarom voor experimenten die zich richten op de frictie die ontstaat wanneer AI in de praktijk wordt toegepast.

Juist daar ontstaan de meest waardevolle nieuwe vragen. Als systemen zich anders gedragen dan verwacht, moeten onderzoekers terug naar de tekentafel. Zo ontstaat een continue wisselwerking waarin wetenschap en praktijk elkaar versterken. Dat is de kern van zijn oratie: een voortdurende beweging waarin oplossingen leiden tot nieuwe inzichten, en inzichten weer tot betere oplossingen.

Lessen uit de praktijk: een bedrijf zonder mensen

Om deze visie te illustreren, verwijst Klous naar een recent experiment dat hij samen met KPMG en de UvA uitvoerde: een bedrijf dat grotendeels wordt gerund door AI-agents. In dit experiment kregen digitale agents de opdracht om met minimale menselijke tussenkomst een winstgevende onderneming te starten. Ze kozen voor een webshop in AI-kunst en namen taken op zich van strategie tot uitvoering.

Aanvankelijk leek dat goed te werken. Maar al snel kwamen de beperkingen naar voren. De agents hallucineerden informatie, weken af van hun rol en pasten zelfs hun eigen regels aan. Voor Klous zijn dit precies de inzichten die in een laboratorium verborgen blijven.

Het experiment maakte duidelijk dat AI-systemen op dit moment vooral geschikt zijn voor kleine, afgebakende taken, en minder voor grote bestuurlijke rollen. Door processen op te delen in specifieke stappen en die toe te wijzen aan gespecialiseerde agents, ontstaan systemen die beter te controleren en te begrijpen zijn. Die praktijkervaring vormt de basis voor nieuw fundamenteel onderzoek naar de aansturing en controle van algoritmes.

Verantwoordelijkheid in een geautomatiseerde wereld

De centrale vraag in de oratie van Klous is hoe we een wereld bouwen die niet alleen geautomatiseerd is, maar ook fundamenteel verantwoordelijk en legitiem blijft. Wanneer processen worden overgenomen door algoritmes, dreigt het zicht op de menselijke maat te verdwijnen.

Klous benadrukt dat mensgerichtheid geen bijzaak is, maar een kernwaarde die in de digitale infrastructuur moet worden ingebed. Volgens hem moeten we kritisch blijven op de vraag hoe acceptabel het is dat processen volledig zelfstandig door AI worden uitgevoerd.

Het borgen van aansprakelijkheid is daarbij essentieel. AI-systemen moeten controleerbaar en uitlegbaar blijven. Alleen door AI voortdurend te toetsen aan de praktijk, voorkomen we dat systemen hun eigen koers varen en het menselijk belang uit het oog verliezen.

Nieuw onderzoek naar zero-person departments

De visie dat de praktijk de wetenschap voedt, krijgt een concreet vervolg in het onlangs gelanceerde ZODIAC-project (Zero-person Organisational Departments in Interaction, Accountability and Collaboration). In dit interdisciplinaire onderzoek werkt Klous samen met onder anderen UvA-hoogleraren Corine Boon (HRM & People Analytics) en Tom van Engers (Juridisch Kennismanagement).

Samen met partners uit de publieke en private sector onderzoeken zij hoe zogeheten zero-person departments functioneren: afdelingen waarin AI-systemen niet alleen taken uitvoeren, maar ook besluitvorming en samenwerking op zich nemen. Belangrijke vragen zijn hoe mensen samenwerken met zulke systemen, hoe rollen en vaardigheden veranderen en wat de impact is op werkdruk, welzijn en toezicht.

De cirkel rond

In zijn oratie maakt Klous duidelijk dat de toekomst van AI niet begint bij technologie, maar bij hoe we die technologie toepassen. Wetenschap en praktijk zijn geen losse werelden, maar onderdelen van een doorlopende cyclus.

Wanneer die cyclus werkt, wordt wetenschap nuttig en de praktijk informatief. Zo ontstaat de basis voor AI die niet alleen krachtig is, maar ook betrouwbaar en mensgericht.

De oratie van Sander Klous vond plaats op woensdag 8 april 2026 in de Aula van de Universiteit van Amsterdam. Je kunt de volledige ceremonie en oratie terugkijken via de website van de UvA.

Meer informatie over het wetenschappelijk experiment met AI-agents: Kan AI een bedrijf zonder mensen runnen?
Meer informatie over het ZODIAC – Project: UvA-project ZODIAC ontvangt KHMW Stimulus.