Interview met onderzoeker Paul van Vulpen
16 juni 2026
Welke zeggenschap hebben we over het gebruik van technologie en data? Niet alleen in Nederland, ook in de Europese Unie staat deze zogenoemde digitale soevereiniteit op de agenda. We zijn immers afhankelijker geworden van grote, niet-Europese techbedrijven.
Paul van Vulpen, assistent professor Management Information Systems aan de Amsterdam Business School van de UvA, houdt zich al zo'n 5 jaar bezig met digitale onafhankelijkheid. Een centrale vraag in zijn onderzoek is: hoe waarborgen we dat vernieuwende technologieën, zoals AI, op een veilige en verantwoorde manier beschikbaar zijn voor Nederlandse organisaties?
‘AI- en datagedreven oplossingen brengen veel voordelen voor organisaties. Denk aan efficiencywinst. Maar door de digitale transformatie hebben spelers zoals Alphabet en Microsoft de afgelopen dertig jaar veel macht in handen gekregen. De vraag is nu hoe we gebruik maken van de voordelen van AI, zónder de nadelen die samenhangen met de machtscentralisering.’
‘Een van de actuele vraagstukken is wat ik soevereiniteitswashing noem. Techbedrijven claimen dan dat een product of dienst je organisatie digitale autonomie geeft, terwijl dat in de praktijk niet zo is. Zo hebben Amerikaanse bedrijven te maken met de Patriot Act en de Cloud Act. Daardoor kan de Amerikaanse overheid inzicht vragen in data die op de servers van deze bedrijven zijn opgeslagen. Zelfs als de servers in Europa staan. Bij soevereiniteitsclaims kan je dan ook kritische vragen stellen. Welke wetten zijn er van toepassing op de aanbieder? Welke partijen zijn betrokken bij de omgang met (meta)gegevens? Wie beheert de IT-infrastructuur?’
‘Achter soevereiniteitswashing gaat een fundamenteler probleem schuil. Wat bedoelen we precies met digitale afhankelijkheid? Welke onafhankelijkheid willen we eigenlijk? Vanuit de markt, beleidsmakers en de wetenschap zijn hier nog weinig eenduidige antwoorden op. Het is wel duidelijk dat er veel macht in handen ligt bij de leveranciers van veelgebruikte tools, systemen en software. Organisaties zitten vast in een digitale kooi waar ze niet meer zomaar uitkomen. Met alle technische, juridische en praktische gevolgen van dien. Bijvoorbeeld: een software-aanbieder verkoopt je een pakket. Als de organisatie daar eenmaal op draait, word je geconfronteerd met een stijging van de abonnementskosten. Of met applicaties waar je niet op zit te wachten. Of met een nieuw privacybeleid, waardoor de leverancier allerlei data gaat verzamelen.’
‘Het punt is dat je als afzonderlijke organisatie niet zomaar tot digitale soevereiniteit komt. Je hebt het probleem van digitale afhankelijkheid niet opgelost als je overstapt van een Amerikaanse techgigant naar een Europees megabedrijf. Alleen vanuit een samenwerkingsverband kan je als organisatie een vuist maken tegen de ongelijke machtsverhoudingen tussen aanbieders en afnemers. Ook open-source alternatieven zijn slechts een deel van de oplossing. Bij open-source software is de broncode openbaar toegankelijk. Daardoor ben je als organisatie in staat om software en systemen te controleren en eventueel aan te passen. Maar het vereist veel expertise en tijd om te komen tot een open-source oplossing die goed past bij je organisatie. Daarnaast zijn er vaak hoge kosten voor het beheer en onderhoud. Als je samenwerkt met andere organisaties dan deel je de kosten, wat een oplossing beter implementeerbaar en onderhoudbaar maakt.’
De centrale vraag is: vinden we het een goed idee dat een klein aantal spelers de technologie voor de hele wereld in handen heeft?Paul van Vulpen
‘Een basisprincipe is dat je IT eerst goed moet werken en draaien. Zolang je daar probleem mee hebt, moet je niet gaan klussen met digitale soevereiniteit. Een verandering in zoiets fundamenteels als IT en AI is geen hobbyproject dat de IT-afdeling er even bij doet. Verder is de balans tussen transitie en continuïteit een aandachtspunt. Je wilt experimenteren met alternatieven, maar wel náást de bestaande IT-infrastructuur. Anders loop je het risico dat belangrijke bedrijfsprocessen niet meer goed werken.
Daarnaast is de opgave om de juiste samenwerkingspartner(s) te vinden voor experimenten. Zo voorkom je dat er houtje-touwtje-oplossingen ontstaan. Stel dat je overstapt naar een open-source cloudplatform, zonder dat vooraf het beheer en onderhoud ervan zijn uitgedacht en geborgd. Als na enkele jaren blijkt dat het systeem niet goed werkt, dan ben je weer terug bij af.’
‘Organisaties maken pas echt het verschil als ze worden ondersteund door instituties. Denk aan een instituut dat standaarden voor digitale soevereiniteit vastlegt en controleert. IT-oplossingen zijn snel schaalbaar, waardoor één aanbieder in staat is om een groot deel van de markt over te nemen. Institutioneel toezicht helpt om ongewenste marktdominantie en afhankelijkheden te voorkomen.
Daarnaast zijn er coöperaties mogelijk die voor meerdere organisaties de ontwikkeling, de implementatie en het onderhoud van alternatieven verzorgen. Als er voor elke sector zo'n coöperatie is, dan creëer je een schaal die de markt daadwerkelijk verandert.’
‘Het succes van een AI-toepassing staat of valt met aandacht voor de lange termijn. Zodat je als organisatie een oplossing vindt die altijd klaar is voor de toekomst. De aanpak van SURF is daarvan een goed voorbeeld.
SURF beheert de ICT-infrastructuur van ruim 120 universiteiten, hogescholen, mbo’s, de universitaire medische centra (UMC's) en academische onderzoeksinstellingen. De deelnemers stellen gezamenlijk het beleid vast, dat de coöperatie uitvoert. De samenwerking zorgt ervoor dat de aangesloten organisaties de schaalvoordelen van de ICT-diensten benutten. De coöperatieve structuur geeft controle en zeggenschap.’
‘De Open Cloud Alliantie laat zien dat Nederland zélf stappen kan zetten richting digitale soevereiniteit, los van andere Europese lidstaten. In de Open Cloud Alliantie werken zeven Nederlandse IT-bedrijven aan een soevereine cloudinfrastructuur voor de overheid. De bedrijven maken via de alliantie afspraken over open-source en interoperabiliteit. Daardoor kunnen robuuste en schaalbare alternatieven ontstaan. De samenwerking waarborgt ook dat je eenvoudig kunt switchen tussen de producten van de verschillende aanbieders.’
‘Digitale autonomie is voor een organisatie niet alleen een technisch vraagstuk. Het gaat ook om de omgang met de IT-infrastructuur, data en leveranciers. Als onafhankelijke deskundigen met een oog voor maatschappelijke belangen denken academische onderzoekers daarover mee.’
‘Mijn onderzoek legt de verbinding tussen IT, bedrijfskunde en economie. Daarnaast werk ik samen met onderzoekers van rechten, bestuurskunde, mediastudies en cultuurwetenschappen. Vanuit de verschillende perspectieven op de ontwikkelingen ontstaat een rijk beeld. Wat zijn de voor- en nadelen van AI? Wat zijn de gevolgen voor mensen, organisaties en de samenleving? Daarnaast schetsen we de concrete mogelijkheden voor digitale soevereiniteit. We verkennen blauwdrukken voor de komende tien jaar. Bijvoorbeeld wat betreft de technische interoperabiliteit en de organisatie van instituties. ‘
‘Er is veel maatschappelijke aandacht voor het thema, en er liggen dan ook volop kansen voor organisaties om serieus werk te maken van digitale onafhankelijkheid. Allereerst zijn er steeds meer open-source opties. Open gesprekken met leveranciers leggen de basis om samen de juiste oplossingen te vinden. AI vergroot daarbij de mogelijkheden voor maatwerk.
Daarnaast weten we dat er veel organisaties zijn die aan de slag willen. Een collectieve aanpak ligt nu voor de hand. Digitale technologieën, zoals de infrastructuur onder Large Language Models, zijn inherent schaalbaar. Dat betekent dat een goede toepassing snel en efficiënt is door te ontwikkelen. Bijvoorbeeld vanuit een sectorspecifiek samenwerkingsverband.’
‘Ondanks de urgentie is het belangrijk om te beseffen dat digitale afhankelijkheid niet simpelweg een groot gevaar is. Natuurlijk is er alle reden om kritische vragen te stellen over de machtsverhoudingen tussen AI-aanbieders en -gebruikers. Maar we zijn er niet bij gebaat om de grote techbedrijven uitsluitend te zien als monsters. De centrale vraag is: vinden we het een goed idee dat een klein aantal spelers de technologie voor de hele wereld in handen heeft? We komen uiteindelijk het verst als we digitale soevereiniteit zien als een kans om AI beter voor ons te laten werken.’