For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
NL

Studieprogramma

De bachelor Scandinavië studies duurt drie jaar. Een studiejaar bestaat uit twee semesters. Een semester is opgebouwd uit twee blokken van 8 weken en een blok van 4 weken. Een studiejaar omvat 60 studiepunten (EC).

  • Het eerste studiejaar

    In het eerste studiejaar, de propedeuse, oriënteer je je op het vakgebied. Je maakt uitgebreid kennis met de verschillende facetten van de door jou gekozen hoofdtaal: Noors, Zweeds of Deens.

    Eerste semester

    • In de taalvaardigheidsvakken doe je automatisch ook veel kennis op van de cultuur, geschiedenis en samenleving van het land van je hoofdtaal.
    • Daarnaast volg je het overkoepelende vak ‘Het moderne Scandinavië’, over de hedendaagse Scandinavische regio als geheel.
    • Het vak ‘De wereld van de mens: inleiding in de geesteswetenschappen’ volg je samen met studenten van andere taalopleidingen. Aan de hand van zeven thema’s bestudeer je hoe de mens in de loop der eeuwen het leven heeft ervaren en hierover heeft verhaald in bijvoorbeeld taal, literatuur, kunst, ideologie en vele andere cultuuruitingen.

    Tweede semester

    • In het tweede semester van het eerste jaar krijg je nóg een vak samen met studenten van andere taalopleidingen: ‘De wereld in delen: inleiding regiostudies’. Dit vak behandelt het denken over regio’s, naties en culturen. Je maakt kennis met de belangrijkste concepten en theorieën op het gebied van regiostudies, zoals nationalisme en regionale ongelijkheid. Dit vak bestaat uit hoorcolleges en werkcolleges.
    • De werkcolleges gaan specifiek over de Scandinavische regio. In deze werkcolleges doe je academische vaardigheden op en leer je op een wetenschappelijke manier te schrijven.
    • Het laatste vak van het eerste studiejaar heet ‘Van Yggdrasil tot urban slang: De Talen van het Noorden’. In deze colleges komen vragen aan de orde als: hoe goed verstaan Denen, Noren en Zweden elkaar eigenlijk? Waarom lijkt het IJslands nog zo op het Oudnoords en de meeste andere talen niet? Waarom heeft Noorwegen twee schrijftalen, die bovendien niemand spreekt? Waarom is Bokmål een taal (en geen dialect van het Deens) maar is volgens de Zweedse regering Älvdalsk een dialect en geen taal?
  • Het tweede en derde studiejaar
    • De vakken in het tweede en derde jaar bouwen voort op de vakken van de propedeuse. Je bestudeert zowel de historische als eigentijdse literatuur, de taalkunde en cultuurgeschiedenis van het door jou gekozen land, en je leert de culturele traditie van dit land te vergelijken met die van andere landen.
    • Naast je hoofdtaal verwerf je nu ook passieve kennis van de beide andere Scandinavische talen, zodat je in het derde jaar de verdiepingscolleges kunt volgen. Deze zijn namelijk Scandinavisch georiënteerd en niet langer taalspecifiek. Je leert vertalingen maken vanuit je hoofdtaal naar het Nederlands, en je bekijkt Nederlandse vertalingen van teksten uit de twee andere Scandinavische talen.
    • Daarnaast volg je het vak Wetenschapsfilosofie. 
    • Je sluit je bachelor af met een afstudeertraject van 18 EC, waarvan 12 EC bestemd zijn voor de afstudeerscriptie.
  • Minor en keuzeruimte

    In het tweede en derde jaar van de opleiding krijg je 54 studiepunten (EC) om naar eigen inzicht in te vullen. Hiervan zijn 12 studiepunten bestemd voor een opleidingsgebonden keuzevak. Voor de overige 42 studiepunten heb je meerdere opties.

    Keuzevakken

    In principe kun je elk vak als keuzevak volgen. Een vak van de Faculteit der Geesteswetenschappen, een andere faculteit of zelfs een andere universiteit. De meeste opleidingen bieden aparte keuzevakken aan. Zo kun je bijvoorbeeld vakken taalverwerving Fins volgen bij de Rijksuniversiteit Groningen.

    Minor

    Een minor is een samenhangend onderwijsprogramma van 24 of 30 EC. Een minor is niet verplicht, maar kan een goede voorbereiding zijn op een master of een bepaald beroep. Denk aan bijvoorbeeld een minor Literatuurwetenschap, Boekwetenschap of Taalwetenschap.

  • Stage lopen en internationaal studeren

    Het is mogelijk tijdens de studie stage te lopen en een periode in het buitenland te studeren.

    Stage lopen

    In de keuzeruimte kun je stage lopen. Tijdens een stage doe je werkervaring op en krijg je een indruk van de mogelijkheden binnen een organisatie, en van welk soort werk bij jou past. Een stage, een verblijf in het buitenland en alle ervaring die je tijdens relevante (bij)banen, bestuursfuncties of vrijwilligerswerk opdoet, kunnen een verrijking betekenen van je studietijd én je curriculum vitae (cv).

    Je kunt bijvoorbeeld stage lopen bij:

    • een uitgeverij voor kinderboeken
    • een congresorganisatie
    • de Universiteitsbibliotheek
    • en diverse ambassades.

    In het verleden hebben stagiairs een belangrijke bijdrage geleverd aan de productie van de woordenboeken Deens-Nederlands en Noors-Nederlands/Nederlands-Noors.

    Internationaal studeren

    Meteen na je eerste jaar kun je in Scandinavië een van de vele zomercursussen volgen.

    In het derde jaar is er ruimte voor een verblijf aan een Scandinavische universiteit. Dit is niet verplicht, maar wordt wel sterk aanbevolen. Zo leer je alle finesses van de taal. De UvA heeft samenwerkingsovereenkomsten met diverse universiteiten in Scandinavië.

  • Honoursprogramma

    Studenten die naast het reguliere onderwijs een extra uitdaging zoeken, kunnen het honoursprogramma volgen.

    Wie komen in aanmerking?

    • Studenten die hun propedeuse in één jaar afronden met gemiddeld een 7,5 of hoger kunnen - na selectie - worden toegelaten tot een honoursprogramma in het tweede en derde jaar van hun bacheloropleiding.
    • De aanmelding voor de selectie start in het tweede semester van je eerste studiejaar.

    Studenten die het honoursprogramma met succes afronden, krijgen hiervan een vermelding op het supplement van hun bachelordiploma.

  • Tijdsbesteding en toetsvormen

    Als bachelorstudent ben je zo'n 42 uur per week met de studie bezig. Je besteedt ongeveer 14 uur per week aan colleges. De rest van de tijd ben je bezig met zelfstudie (voorbereiding op colleges, werkstukken en tentamens).

    • Tijdens hoorcolleges licht de docent de literatuur toe die je van tevoren hebt bestudeerd.
    • Tijdens werkcolleges werk je intensief samen met je medestudenten, maak je opdrachten en houd je presentaties.
    • Toetsen bestaan uit schriftelijke of mondelinge tentamens, presentaties, werkstukken of referaten. De resultaten van de toetsen vormen samen het eindcijfer van het vak.

UvA Studiegids

Het studieschema en een uitgebreide beschrijving van de vakken vind je in de UvA Studiegids.