Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Rechtsgeleerdheid

Carrièreperspectief

Met een brede studie zoals rechten kun je veel kanten op. Na het behalen van een juridische master heb je de juiste papieren voor een baan als jurist bij advocatenkantoren, juridisch adviesbureaus, bedrijven, ministeries, gemeentes of non-profitorganisaties.

Na je bachelor

In je bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid krijg je een brede basis met kennis van alle rechtsgebieden. Je leert analytisch denken en je kan tijdens je studie al ervaring opdoen met de praktijk door te werken aan realistische zaken in de Amsterdam Law Firm. De studievereniging JFAS organiseert ook bezoeken aan kantoren en andere rechterlijke instanties. Zo kom je makkelijk in contact met potentiële toekomstige werkgevers.

Onze afgestudeerden zijn werkzaam in o.a het bedrijfsleven, de politiek, bij banken, de overheid, de rechterlijke macht, universiteiten, internationale organisaties, ngo’s, vakbonden, consumentenorganisaties, verzekeringsmaatschappijen, werkgeversverenigingen en in het onderwijs.

Een master biedt meer mogelijkheden

De meeste studenten kiezen ervoor om na hun bachelor nog een master te volgen en zich te specialiseren in een van de rechtsgebieden. Als je interesse hebt in een van de zogenaamde ‘toga-beroepen’, advocaat, rechter of officier van justitie, dan is het noodzakelijk om een master te behalen. Aan de UvA kun je kiezen uit 19 juridische masteropleidingen.

Afgestudeerde studenten vertellen

Anne Klugkist, alumnus Rechtsgeleerdheid

Anne Klugkist, juridisch adviseur bij de Directie Juridische Zaken van de gemeente Amsterdam

‘Na mijn bachelor ben ik de masters Strafrecht en Staats- en bestuursrecht gaan doen. Ik zag mezelf bij de overheid werken, omdat ik interesse heb in het publieke belang. Tijdens mijn stage bij de Directie Juridische Zaken van de gemeente Amsterdam maakte ik deel uit van bezwaarschriftencommissies die de burgemeester moesten adviseren over zaken als ontruimingen van woningen waar hennepkwekerijen waren gevonden. De nogal droge bestuursrechtelijke procedure begon te leven!

Inmiddels heb ik een vast contract als juridisch adviseur. Ik adviseer het bestuur in bezwaarzaken. Ook vertegenwoordig ik de burgemeester en het college bij de rechtbank en bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Mijn werk is dus enorm veelzijdig en daarnaast ook heel concreet. Regelmatig fiets ik doorde stad en zie ik horecazaken waarvoor ik naar de rechtbank ben geweest.’

Sanne van ’t Hof, jurist bij Slachtofferhulp

‘In het verleden ben ik halverwege gestopt met mijn mavo. Vervolgens ben ik verder gegaan met een opleiding in het volwassenenonderwijs. In deze periode kwam ik erachter dat ik dyslectisch ben. Uiteindelijk heb ik mijn middelbare-schoolperiode gelukkig succesvol kunnen afronden en ben ik bij de politie gegaan. Mijn werk als politiefunctionaris bracht mij in contact met de praktische kanten van het strafrecht. Na een tijdje vond ik dat het tijd was om me er meer in te gaan verdiepen en zo is mijn keuze voor Rechtsgeleerdheid ontstaan.

Op dit moment werk ik als jurist bij Slachtofferhulp Nederland op de ZSM-unit op het hoofdbureau van politie. Daar werk ik dus samen met de politie, het OM en andere ketenpartners. Dankzij de ZSM-werkwijze wordt veelvoorkomende criminaliteit op daadkrachtige wijze aangepakt. Als jurist ben ik verantwoordelijk voor het benaderen van slachtoffers binnen de gestelde doorlooptijden en draag ik zorg voor een onderbouwd advies aan de officier over de gevolgen en de wenselijke wijze van afdoening van strafbare feiten.'

Alumnus Benjamin Knuff

Benjamin Knaff, Senior Juridisch medewerker bij de rechtbank Amsterdam

‘Ik ben in 2014 afgestudeerd en heb daarna diverse banen gehad. Zo heb ik bijvoorbeeld bij het Ministerie van Economische Zaken gewerkt als projectsecretaris. Bij de rechtbank Amsterdam ben ik als stagiair begonnen. Vervolgens werkte ik twee jaar als buitengriffier en inmiddels ben ik Senior Juridisch medewerker. Mijn belangrijkste werkzaamheden zijn het voorbereiden van zaken, het schrijven van de eerste versie van een vonnis en het opstellen van een proces-verbaal. Het werk spreekt me aan omdat elk vonnis dat ik schrijf eraan bijdraagt dat onze rechtsstaat goed functioneert. Bovendien heb ik het gevoel dat ik aan een vervolgstudie ben begonnen: “rechten 3.0”. De diversiteit aan zaken maakt dat je je elke keer weer moet inlezen. Elk juridisch meningsverschil is weer een geheel nieuw verhaal.’