Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Een nep NL-alert, berichten met foutieve cijfers, een fake-artikel dat de luchtmacht desinfecterende middelen in de lucht zou spuiten: er gaat een hoop misleidende informatie rond over COVID-19. Minister Ollongren vroeg het IViR om het juridisch kader rondom desinformatie in kaart te brengen. Onlangs informeerde ze de Tweede Kamer over de uitkomsten.

Vorige week stuurde Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken een brief naar de Tweede Kamer om hen te informeren over nieuwe ontwikkelingen in het beleid voor bescherming van burgers tegen desinformatie. Dit is nu zeer actueel door de uitbraak van COVID-19. De studie van het IViR is hierin een belangrijke basis.

IViR-onderzoekers deden in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoek naar juridische vraagstukken rondom de verspreiding van desinformatie via online diensten. Het rapport van het IViR geeft een overzicht van de Europese en Nederlandse regelgeving en doet aanbevelingen voor de verbetering van dit juridisch kader. 

Desinformatie kan in sommige gevallen als politieke uiting worden gezien, en mag dan niet verwijderd worden

Vrijheid van meningsuiting

Het rapport maakt duidelijk dat het juridisch verbieden van bepaalde informatie, alleen op grond van het feit dat informatie onjuist of misleidend is, zonder aanvullende eisen, moeilijk in overeenstemming te brengen is met de vrijheid van meningsuiting. Desinformatie kan in sommige gevallen als politieke uiting worden gezien, en mag dan niet verwijderd worden.

Om desinformatie toch via de juridische weg aan te pakken, beschrijft het rapport een scala aan civielrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke interventies. Zo is binnen het privaatrecht onder meer het leerstuk van de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) relevant voor onrechtmatige (pers)publicaties, omdat het vaak om onjuiste of schadelijke informatie gaat. En in de Geneesmiddelenwet is opgenomen dat reclame voor geneesmiddelen, voor zover die is toegestaan, niet misleidend mag zijn. 

In sommige gevallen biedt het strafrecht soelaas: desinformatie kan de vorm hebben van illegale content (kinderporno, hate speech en terroristische content). En binnen het Nederlandse staats- en bestuursrecht bijvoorbeeld, bestaat er reclameregulering (inclusief de Media- en e-privacy wet). 

De onderzoekers concluderen dat het wettelijk kader zeer breed is, verschillende reguleringsniveaus bevat en verschuift afhankelijk van de context. Het toezicht op dit wettelijk kader blijkt vrij gefragmenteerd te zijn.

Aanvullende regels

In het rapport staan ook een aantal aanbevelingen aan de minister: een betere samenwerking tussen relevante toezichthouders, omgaan met de spanningen op de verschillende beleidsniveausen aanvullende transparantieregels op Europees niveau.  

Digital Transition of Decision-Making

De studie van het IViR is onderdeel van het onderzoeksproject ‘Digital Transition of Decision-Making’ en buigt zich over vraagstukken gerelateerd aan kunstmatige intelligentie en publieke waarden, data governance, en online platforms. 

De studie stond onder leiding van Joris van Hoboken. Betrokken onderzoekers zijn Naomi Appelman, Ronan Fahy, Paddy Leerssen, Tarlach McGonagle, Nico van Eijk (tot 31 oktober 2019) en Natali Helberger.

Gezien het belang van het rapport voor de discussies op Europees niveau is de studie ook integraal vertaald in het Engels.