Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Benjamin van Rooij, hoogleraar Law & Society, vraagt zich af waarom mensen zich (niet) aan de wet houden. Hij wil een heuse ‘gedragsrechtstheorie’ ontwikkelen, die foutieve beelden over gedrag binnen het recht corrigeert. Vorig jaar ontving hij de prestigieuze ERC Consolidator Grant om dit onderzoek mogelijk te maken aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Hoogleraar Law & Society Benjamin van Rooij
Benjamin van Rooij is gefascineerd door deze relatie tussen recht en gedrag.

Een autogordel dragen? In de jaren 70 vonden de meeste mensen het maar flauwekul. Pas toen de overheid er een wettelijke verplichting van maakte, steeg het gordelgebruik. Later, na talrijke campagnes en de installatie van irritante piepsystemen in auto’s, werd het als normaal gezien om een gordel te dragen. Tijdens zijn oratie op 24 januari 2020 reflecteerde Benjamin van Rooij op de vraag of wetten en regels menselijk gedrag kunnen verbeteren tijdens zijn oratie op 24 januari 2020 in de Lutherse Kerk.

Wisselwerking tussen recht en gedrag

Het gordelgebruik is een mooi voorbeeld dat gedragsverandering kan beginnen bij het recht. ‘Mensen maken doorlopend nieuwe wetten om ongewenst gedrag te beteugelen, maar dit werkt lang niet altijd,’ zegt van Rooij. ‘Wetgeving is in de VS bijvoorbeeld zeer succesvol geweest om roken op de werkplek terug te dringen. Maar aan de andere kant heeft de decennialange “War on Drugs” de huidige opioïde-epidemie niet kunnen voorkomen. Zelfs Nederland ondergaat op dit moment een drugsgerelateerde criminaliteitscrisis met de moord op een advocaat als gevolg.’

Menselijk gedrag werkt anders dan gedacht

Benjamin van Rooij is gefascineerd door deze relatie tussen recht en gedrag. Vorig jaar nog, kreeg hij van de European Research Council (ERC) de prestigieuze Consolidator Grant om vijf jaar lang onderzoek te doen naar dit thema. Van Rooij: ‘De laatste dertig jaar is het wetenschappelijk inzicht in de invloed van recht op gedrag fundamenteel veranderd. Inzichten uit de sociale en gedragswetenschappen hebben laten zien dat menselijk gedrag anders werkt dan eerder werd gedacht. Harder straffen alleen werkt vaak niet. Gedrag is sterk afhankelijk van sociale invloeden. En mensen zijn vaak helemaal niet in staat een vrije keuze te maken. Deze inzichten zijn maar zeer beperkt doorgedrongen in ons recht.’

Wanneer wordt de wet gevolgd, en wanneer niet? 

De vervolgvraag is dan: in welk gevallen volgen mensen wel de wet, en in welke niet? Van Rooij heeft gevallen bestudeerd waarin de wet er niet in slaagt om gedrag te verbeteren. Hij maakt hierbij gebruik van inzichten uit de sociale wetenschappen. Een daarvan is dat straffen niet altijd een afschrikkend effect hebben, en dat strengere boetes, langere gevangenisstraffen en een nog hogere aansprakelijkheid op zich geen verandering in het gedrag brengen. Uit de sociale wetenschappen komt ook het inzicht dat mensen de wet niet altijd kennen, en dat de manier waarop we de wet coderen niet de manier is waarop het gedrag vorm krijgt. Ook hebben mensen vaak niet de vrije keuze in hoe ze op recht reageren, maar hangt hun handelen af van hun eigen capaciteiten en de mogelijkheden die ze hebben tot goed of slecht gedrag.

Van Rooij: ‘Dit zijn maar een paar van de vele voorbeelden die ik de afgelopen jaren heb gezien. Ze tonen aan dat we beter moeten begrijpen hoe regels samengaan met gedrag. Of anders gezegd: de wet moet grip krijgen op de gedragsveronderstellingen die ten grondslag liggen aan de kern van de wet. Wanneer mensen de wet niet kennen, wanneer juridische prikkels minder goed werken dan vaak wordt aangenomen en wanneer er alternatieven zijn om gedrag door de wet te sturen die in de wet zelf zelden worden overwogen, moet ons vakgebied daar rekening mee houden.’

Gedragsrechtstheorie

Van Rooij stelt voor om een ‘gedragsrechtstheorie’ (behavioral jurisprudence) te ontwikkelen. ‘Om het menselijk gedrag echt te sturen, moet de wet gedrag sturen vóórdat het zich voordoet en niet alleen maar reageren op slecht gedrag achteraf. Deze benadering vereist een heel andere aanpak. ‘Neem het geval van Maria Sharapova. Zij werd veroordeeld voor het gebruik van doping. Het ging om een stof die slechts een maand voor de veroordeling op een zwarte lijst was gezet. Zelf beweert ze dat ze hiervan niet op de hoogte was. Als dat nu echt zo was, en ze het echt niet wist, is dat natuurlijk geen excuus. Maar praktisch gezien kon deze dopingregel haar gedrag alleen maar sturen als ze er ook van op de hoogte was geweest.

Oogkleppen

Van Rooij ziet ook een belangrijke rol voor het onderwijs bij de verandering die hij voor ogen heeft. ‘Eerstejaars rechtenstudenten worden meteen gedrild over hoe ze juridisch relevante feiten kunnen onderscheiden van alle beschikbare feiten. Maar dit maakt juist dat ze oogkleppen op krijgen en niet in brede zin naar menselijk gedrag leren kijken. In het juridisch onderwijs ligt de nadruk op wat het recht is en wat het zou moeten zijn, maar niet voldoende op hoe het recht werkt en hoe mensen reageren op het recht.’ Hij voegt nog toe: ‘Het mooie aan de UvA is dat we in tegenstelling tot andere faculteiten een verplicht eerstejaarsvak hebben over recht en menselijk gedrag.’ Van Rooij hoopt dat dit vak als voorbeeld kan dienen voor opleidingen elders in de wereld, maar ook dat er na het eerste jaar meer aandacht komt voor recht en gedrag.