Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Bachelor Sociale geografie en Planologie

Studieprogramma

Sociale geografie en Planologie

De bachelor Sociale geografie en Planologie duurt drie jaar. Elk studiejaar is opgebouwd uit twee semesters van elk ongeveer 20 weken college en omvat 60 studiepunten. Het eerste semester loopt van begin september tot eind januari; het tweede semester eindigt begin juli..

De studiegids Sociale geografie en Planologie

  • Hoeveel studeer je per week?

    De bachelor is zo ingericht dat je 40 uur per week met je studie bezig bent. In het eerste jaar heb je ongeveer 12-15 uur college per week; de resterende tijd besteed je aan zelfstudie. Je doet veldwerk, maakt opdrachten, je bereidt je voor op excursies en colleges en je studeert voor tentamens. 

    In het tweede en derde studiejaar ligt het aantal contacturen wat lager dan in het eerste jaar.

  • Onderwijsvormen

    Als student Sociale geografie en Planologie krijg je te maken met hoorcolleges, werkcolleges, practica, excursies en veldwerk. 

    • Tijdens hoorcolleges is voornamelijk de docent aan het woord. Zij of hij licht de stof toe die je van tevoren hebt bestudeerd.

    • Bij een  werkcollege bediscussieer je in een kleine groep de literatuur met de docent en je medestudenten.

    • Tijdens  practica leer je hoe je verschillende bronnen kunt verwerken, hoe bepaalde onderzoekstechnieken in elkaar zitten en hoe je die, soms met behulp van informatica, toepast.
    • Veldwerk en excursies: in diverse vakken worden excursies georganiseerd. Bijvoorbeeld een stadswandeling in Amsterdam Zuidoost (Bijlmer) of een veldwerkweek om onderzoeksmethoden in praktijk te brengen. Voor alle studenten is het vak Buitenlandonderzoek verplicht, hiervoor worden jaarlijks studiereizen aangeboden door de opleiding.

    De meeste colleges worden afgesloten met meerdere toets(vorm)en, bijvoorbeeld een schriftelijk of mondeling tentamen, een werkstuk of een referaat.

  • Eerste jaar - ontmoeten

    Het eerste jaar van het programma staat in het teken van “ontmoeten”.  Je maakt kennis met de ruimtelijke bril waarmee geografen en planologen naar de samenleving kijken; welke onderwerpen en concepten staan centraal? Welke ‘ tools’  gebruikt een sociaal-ruimtelijk wetenschapper om zicht te krijgen op de wereld om haar heen? Wat betekent het om een academicus te worden en welke vaardigheden heb je nodig omdat te kunnen leren?

    In het eerste jaar volg je een vast programma. Je start met twee uitgebreide vakken 'Inleiding in de Planologie' en 'Inleiding in de Sociale geografie'. Hierin maak je kennis met de centrale begrippen, theorieën en denkwijzen, ga je aan de slag met geografische en planologische vraagstukken en leer je het speelveld van de discipline kennen. Daarnaast wordt in het eerste semester veel aandacht gegeven aan academische vorming zoals: leren hoe je wetenschappelijk moet schrijven, een stuk goed kunt lezen, hoe je omgaat met bronvermelding, feedback leert geven en ontvangen, leren presenteren etc.

    In het tweede semester volg je onder meer een vak dat zich bezighoudt met hoe stedelijke dynamiek wordt beïnvloed door economische en sociale processen. Tevens leer je de beginselen van sociaalwetenschappelijk onderzoek doet,  hoe je gegevens kunt verzamelen & analyseren en leer je werken met GIS (geografische informatiesystemen).

    Je sluit het jaar af met een actuele, ruimtelijke ontwerp-opdracht.

    Studiegids Sociale geografie & Planologie

  • Tweede en derde jaar - verkennen en ontwikkelen

    In het eerste semester van het tweede jaar van de studie staat "verkennen" centraal. Je verkent hoe je met een specifieke geografische of ruimtelijke bril kijkt. Je verkent het deelgebied van de geografie of planologie verder en gaat alle fases van een onderzoek doen door.  Je kiest hier of je verder gaat in sociale geografie of planologie en leert welke thema’s, begrippen en concepten centraal staan in het door jouw gekozen vakgebied. Daarnaast doe je een leeronderzoek.

    Vanaf het tweede  semester van jaar twee begint de "ontwikkelfase". De vraag die dan centraal staat is welk individueel profiel zichtbaar wordt als je een ruimtelijke bril toepast op je eigen interessegebieden. Met andere worden: hier krijg je de ruimte om je eigen ruimtelijke bril te ontwikkelen. Welke thematische accenten krijgt jouw ruimtelijke bril?  Welke ruimtelijke bevindingen kun je zelf ontwikkelen?  Naast het versterken van deze kennisgebieden krijgen reflectie, positionering en voorbereiding op de arbeidsmarkt in deze fase veel aandacht.

    In deze derde fase volg je twee profileringsvakken naar keuze, en vul je de vrije keuzeruimte in. De keuzeruimte kun je invullen door extra profileringsvakken te volgen, een minor of vakken bij een andere opleiding te doen, of door een half jaar in het buitenland te studeren. Of je kiest er voor om stage te lopen om een deel van je keuzeruimte in te vullen.

    Het vak 'Buitenlandonderzoek' is verplicht. Studenten nemen deel aan een door de universiteit georganiseerde studiereis aan het einde van het tweede studiejaar.

    Je sluit de bachelor af met een scriptieproject. Als je alle onderdelen van de bachelor met goed gevolg hebt afgerond, ontvang je het bachelordiploma en de titel Bachelor of Science (BSc).

  • Praktijk

    Tweedejaars studenten gaan een week lang op veldwerk om deel te nemen aan een leeronderzoek. Let wel dat er extra kosten verbonden zijn aan dit onderzoek (ongeveer 150 euro) die voor eigen rekening zijn. Studenten verblijven voor dit onderzoek een week lang in een Nederlandse gemeente om daar, door middel van het houden van enquêtes en interviews met bewoners en sleutelfiguren, de sociale situatie in kaart te brengen.

    Bij dit leeronderzoek wordt gelet op het samenspel tussen persoonlijke factoren, als sociale positie en omgevingsfactoren en hoe die van invloed zijn op de participatie en het welbevinden van de bewoners. Aan het eind van de week worden de eerste resultaten gepresenteerd aan de burgemeester van de gemeente waar het onderzoek heeft plaatsgevonden.

    Studenten op veldwerk
  • Stage

    Binnen de studie is het mogelijk om een stage te volgen. Je kunt ervoor kiezen een deel van je vrije keuzeruimte in te vullen met dit studieonderdeel. In principe kan een stage bij elke denkbare instelling worden gevolgd, mits er onder begeleiding een (klein) onderzoek op het gebied van sociaal-ruimtelijke vraagstukken wordt uitgevoerd.

    Een stage kan je intellectuele houding, kennis en vaardigheden, die in eerdere studiejaren zijn opgedaan, aanscherpen. Bovendien kan de (onderzoeks) stage een zinnige voorbereiding bieden op het schrijven van de bachelorscriptie. 

  • Studiebegeleiding en Bindend studieadvies (BSA)

    Studieadviseurs

    De studieadviseurs zijn er voor de begeleiding van individuele studenten. Je kunt bij hen terecht met vragen over bijvoorbeeld de invulling van je studieprogramma of over stages, maar ook voor het oplossen van problemen zoals studievertraging of persoonlijke problemen.

    De studieadviseur roept eerstejaarsstudenten, die in de loop van het studiejaar achter raken, op voor een gesprek.  Alle eerste- en  tweedejaars studenten hebben elk jaar een individueel gesprek met de studieadviseur.

    Bindend studieadvies (BSA)

    Sinds studiejaar 2014-2015 wordt aan alle eerstejaars aan het einde van het studiejaar een bindend studieadvies (BSA) gegeven.

    Met het BSA stelt de opleiding vast in hoeverre een student aan het einde van het eerste studiejaar daadwerkelijk de motivatie en capaciteiten bezit om te slagen in de opleiding. Het BSA is onderdeel van een reeks van maatregelen die de kans vergroten dat een student de opleiding tijdig succesvol afrondt.

    Het aantal punten dat een student moet halen om een  positief studieadvies te krijgen is 42 (= 70% van de vakken).

    • Gedurende het eerste jaar krijgen alle studenten meerdere voorlopige studieadviezen, op basis waarvan zij tijdig actie kunnen ondernemen of besluiten om de studie te beëindigen.
    • Eerstejaars studenten  die aan het einde van het eerste studiejaar het aantal benodigde studiepunten om een positief BSA te krijgen (of meer) hebben behaald, mogen hun bachelor in het daaropvolgende studiejaar zonder meer voortzetten.
    • Studenten die een negatief BSA ontvangen, kunnen zich in de daaropvolgende drie studiejaren niet herinschrijven voor deze bacheloropleiding.
    • Mocht een student door bijzondere omstandigheden, zoals ziekte of andere persoonlijke factoren, er niet in slagen het aantal benodigde studiepunten voor een positief BSA halen, dan kan bij de bsa-commissie bezwaar worden gemaakt tegen een negatief BSA

    Functiebeperking

    Heb je een functiebeperking, chronische ziekte of dyslexie en wil je - voordat je met een studie aan de UvA start - weten wat de UvA aan begeleiding en ondersteuning kan bieden? Lees dan de informatie hierover (zie link) goed door.

    Studeren met een functiebeperking

  • Buitenlandonderzoek en uitwisseling

    Internationaal studeren

    Internationale ervaring opdoen is bij de studie Sociale geografie en Planologie essentieel en dus verplicht. Dit studieonderdeel vul je in door deelname aan een door de universiteit georganiseerde studiereis.

    Bekijk de blog van het buitenlandonderzoek in Athene 2016.

    Athene 2016

    Studeren in het buitenland

    Daarnaast biedt de opleiding de mogelijkheid om een half jaar aan een buitenlandse universiteit te studeren. De Universiteit van Amsterdam heeft met meer dan vijftig buitenlandse universiteiten afspraken gemaakt over studentuitwisseling. Daarnaast heeft de opleiding Sociale geografie en Planologie met 22 Europese opleidingen Sociale geografie en Planologie samenwerkingsovereenkomsten gesloten.

    Met het Erasmus-uitwisselingsprogramma kun je in het derde jaar een semester onderwijs volgen aan een universiteit in de EU, maar ook in landen daarbuiten (bijvoorbeeld Turkije of Canada).

    Als je je tijdens je studie richt op International Development Studies, kun je één buitenlands veldwerk doen.

    International Office CSW 

    Het College Sociale Wetenschappen heeft een International Office dat de spreekuren en voorlichting over studeren in het buitenland verzorgt. Hier kun je ook terecht met vragen over andere internationale activiteiten en bijvoorbeeld uitwisseling en beurzen.

    Kijk voor meer informatie over studeren in het buitenland op de site buitenland.uva.nl

    Studeren in het buitenland

    Veldwerk in Afrika (Migratie problematiek) Foto: Jan Stammes
  • Minoren & keuzevakken

    Tijdens je bachelor kun je een halfjaar (30 studiepunten) aan vakken zelf kiezen.

    Keuzevakken

    De vrije keuzeruimte kun je invullen bij de eigen opleiding om jezelf te verdiepen. Of je kunt jezelf verbreden door bij een andere studierichting vakken te volgen, zoals bijvoorbeeld bij Sociologie, Communicatiewetenschap, Politicologie of Economie. Je kunt de keuzeruimte ook gebruiken om je voor te bereiden op een master in een andere richting dan de planologie of sociale geografie.

    Minor

    Daarnaast is het mogelijk om een minor te volgen bij een andere opleiding. Een minor is een samenhangend vakkenpakket van meestal 30 EC dat je de mogelijkheid biedt kennis te maken met een ander vakgebied.

    Studenten doen bijvoorbeeld binnen hun bachelor Sociale geografie en Planologie een minor Politicologie, Sociologie of Geschiedenis.

    Door de keuze van een minor kun je je persoonlijke interesses in een studiepad combineren.

    Zoek een minor

    Educatieve Minor

    Studenten die kiezen voor de educatieve minor van het Instituut voor de Lerarenopleiding (ILO) verwerven daarmee een zogenaamde tweedegraads lesbevoegdheid en mogen na afronding onderwijs geven aan de onderbouwklassen van het middelbaaronderwijs.

    Lerarenopleiding ILO

  • Honours en Talentprogramma

    Ben jij een talentvolle student op zoek naar meer verdieping in je studie, dan is het Talentprogramma van het College Sociale Wetenschappen geknipt voor jou.

    Doel van het Talentprogramma is om gemotiveerde studenten al tijdens de bachelor extra stimulans te bieden en op originele wijze kennis te laten maken met wetenschappelijk onderzoek.

    Je volgt  een uitdagend pakket van diepgaande vakken met een studielast van minimaal een halfjaar (30 studiepunten). Hieruit kunnen bijzondere projecten, zoals bijvoorbeeld documentaires, ontstaan. Je richt je programma zelf in en kiest voor een meer verbredende- of verdiepende wijze.

    Het Talentprogramma van CSW omvat tevens het Honoursprogramma. Voor dit programma moet je minimaal een 7 gemiddeld staan en een toelatingsbrief schrijven, waarin je je motivatie toelicht.

    Extra voordelen:

    • het programma biedt innovatief onderwijs;
    • je werkt op hoog niveau samen in kleine groepen.

    Het afronden van dit programma is vanzelfsprekend een mooie aanvulling op je CV.

    Honours en Talentprogramma