Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

UvA Paleo-ecoloog Bas van Geel en zijn team hebben nieuwe kennis opgedaan over het landschap, het voedselaanbod en de voedselkeuze van grote grazers tijdens de laatste ijstijd en gedurende het begin van de warme periode na de ijstijd. Dat hebben ze gedaan door het stuifmeel uit de kiesplooien van grote grazers te identificeren.

Reuzenhert-grottekening
Grottekening reuzenhert. Foto: Shutterstock

Doordat er in Nederland veel amateurfossielenzoekers zijn, is al goed in kaart gebracht welke dieren er op de mammoetsteppe leefden. Maar wat de dieren destijds aten, was nauwelijks bekend.

Kiezen van 25.000 – 50.000 jaar oud 

De paleobiologen bestudeerden 52 kiezen van acht verschillende soorten grazers: edelhert, rendier, eland, muskusos en de vier uitgestorven soorten steppebizon, wolharige neushoorn, reuzenhert en bosneushoorn. De Werkgroep Pleistocene Zoogdieren verzamelde de kiezen. De samenwerking tussen de verzamelaars en de onderzoekers was van groot belang voor het onderzoek. 

Het stuifmeel uit plooien van de kiezen liet zien wat de dieren hebben gegeten en op basis daarvan ontstond een beeld van het leefgebied van de dieren.

En wat aten de dieren dan?

Uit eerder onderzoek door Van Geel bleek al dat het reuzenhert vooral alsem at. Deze conclusie is nu gestaafd door nog eens 10 fossiele reuzenhertkiezen te onderzoeken. Uit het huidige onderzoek blijkt dat ook wolharige neushoorns, rendieren en steppebizons veel alsem aten. Blijkbaar was die plant heel algemeen. 

In de kies van de bosneushoorn vonden de onderzoekers vooral stuifmeel van els en hazelaar, maretak, varens en klimop. Hierdoor kan de conclusie getrokken worden dat het dier in een beboste omgeving leefde, voordat de laatste ijstijd begon. 

In de kiezen van de eland waren resten te vinden van els en waterplanten, dat eten elanden vandaag de dag nog steeds.

Onverwachte soort aangetroffen

In de fossiele kiezen werd stuifmeel aangetroffen van planten die door insecten worden bestoven. Deze planten maken maar heel weinig stuifmeel, dus dit is nauwelijks te vinden in monsters van veen en meerbodems. Daardoor weten nu we bijvoorbeeld dat er op de mammoetsteppe zonneroosjes groeiden. En springzaad. Dat was een soort die ik daar niet had verwacht”, aldus Van Geel. 

Vervolgonderzoek

Iedere grazer heeft uiteindelijk zijn eigen voorkeur, dus de uitkomsten kunnen een vertekend beeld geven. Daarbij kan het zijn dat niet van iedere gegeten soort evenveel stuifmeel in de kiezen terechtkomt of achterblijft. Van Geel is daarom nog niet klaar: “Ik zou dit weleens willen bekijken bij de nu levende soorten, een leuk vervolgonderzoek.”

Meer informatie

Bas van Geel is als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED).

Naar de website van IBED