Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Rocky, een jongvolwassen orang-oetan, geeft ons mogelijk inzicht in hoe menselijke spraak is geëvolueerd sinds de tijd van de voorouderlijke mensaap. In een imitatiespel kon Rocky de toonhoogte van menselijke spraak nabootsen en klinkerachtige klanken produceren. Dit wijst erop dat orang-oetans hun stem zouden kunnen controleren.

Indiana Zoo, Indianapolis
Rocky (foto: Indianapolis Zoo, Indiana)

Tot deze conclusie komt een internationaal onderzoeksteam met onder anderen Serge Wich, bijzonder hoogleraar Conservation of the Great Apes aan de UvA. Hun studie is op woensdag 27 juli gepubliceerd in Scientific Reports.

Het vermogen om nieuwe geluiden te produceren, zogenoemde stemcontrole, is cruciaal voor de ontwikkeling van gesproken taal. Dit vermogen was tot dusver nooit rechtstreeks aangetoond bij een niet-menselijke primaat. Hierdoor werd aangenomen dat mensapen - onze meest naaste verwanten - niet in staat zijn om nieuwe geluiden te leren maken. Omdat spraak aangeleerd gedrag is, zou het dan ook niet begonnen kunnen zijn bij de gemeenschappelijke voorouder van mens en mensaap.

Imitatiegeluiden

Rocky werd in april en mei van 2012 - toen hij 8 jaar oud was (hij is nu 11) - bestudeerd bij de dierentuin van Indianapolis in de Verenigde Staten. In de studie maakte een van de onderzoekers willekeurige spraakgeluiden met variaties in de toon of toonhoogte van haar stem. Rocky bootste deze geluiden na en produceerde klinkerachtige klanken. De onderzoekers vergeleken Rocky’s geluiden met die in de meest omvangrijke database van orang-oetangeluiden, verzameld uit meer dan 12.000 uur observaties van meer dan 120 orang-oetans uit 15 populaties in het wild en in gevangenschap. Ze concludeerden dat de geluiden die Rocky maakte, anders waren dan de geluiden in de database, en daarmee dat Rocky in staat was om nieuwe geluiden te leren en de werking van zijn stem te controleren.

Stemcontrole

'Het is niet duidelijk hoe gesproken taal is ontstaan ​​uit de communicatiesystemen van de voorouderlijke mensaap', vertelt hoofdauteur dr. Adriano Lameira, die het onderzoek uitvoerde aan de UvA en nu werkzaam is aan Durham University (VK). 'Aangenomen werd dat de geluiden die mensapen maken, het gevolg zijn van opwinding waar ze geen controle over hebben. Ons onderzoek laat echter zien dat orang-oetans het vermogen hebben om de werking van hun stem te controleren.’

‘Onze bevindingen wijzen erop dat de vocale controle die de mens heeft, waarschijnlijk voortkomt uit een evolutionaire voorouder met vergelijkbaar vermogen op het gebied van stemcontrole zoals we die gevonden hebben bij de orang-oetan, vult Wich aan. ‘De wetenschap kan nu beginnen met het reconstrueren van het vocale vermogen van de vroege mensaap, die leefde voor de splitsing tussen orang-oetan en mens, om zo meer inzicht te krijgen in de evolutie van een vocaal systeem naar volledig ontwikkelde spraak.'

Publicatiegegevens

Adriano R. Lameira, Madeleine E. Hardus, Alexander Mielke, Serge A. Wich and Robert W. Shumaker: ‘Vocal fold control beyond the species-specific repertoire in an orang-utan’, in: Scientific Reports. DOI:10.1038/srep30315

Het betreft onderzoek van de Pongo Foundation, het Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology, Liverpool John Moores University, de Universiteit van Amsterdam, Indianapolis Zoo, George Mason University en Indiana University.