Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Master
Informatierecht
Opslaan in favorieten

‘Ik merkte dat de master hoog staat aangeschreven’

Na zijn masterstudie Informatierecht aan de UvA is Rutmer Brekhoff gaan werken als advocaat bij een octrooibureau. Hij vertelt over de beroepspraktijk.

‘Na mijn bachelor Nederlands recht en master Journalistiek in Groningen heb ik de master Informatierecht gevolgd. In deze master zouden recht en media samenkomen, zo hoopte ik. Dat bleek het geval en ik heb met veel plezier geleerd over het internationale, Europese en nationale wettelijke, regelgevende en beleidsmatige kader van “de media”.’

Bredere interesse

‘Tijdens de master volgde ik niet alleen vakken over mediarecht en de vrijheid van meningsuiting, maar ook over het intellectuele eigendomsrecht, telecommunicatierecht en over de bescherming van persoonsgegevens. Zo werd mijn interesse al gauw breder dan het mediarecht alleen.’

‘Inmiddels werk ik als advocaat bij Octrooibureau Vriesendorp & Gaade in Den Haag, het oudste octrooibureau ter wereld. Dagelijks heb ik te maken met het intellectuele eigendom in de volle breedte. Hierbij vormt de kennis die ik bij de UvA heb opgedaan een goede basis.’

Mr. Rutmer Brekhoff

Hoog aangeschreven

‘Ik kijk met veel plezier terug op de tijd dat ik de master volgde. De docenten die vaak tevens werkzaam zijn in de praktijk inspireren met voorbeelden van zaken waarbij zij betrokken zijn geweest. Het recht wordt zo minder abstract en begint te leven. Daarnaast is het IViR de ideale omgeving voor het schrijven van scripties en het doen van onderzoek. Ook bij het solliciteren na de studie merkte ik dat de master Informatierecht hoog staat aangeschreven.’

‘Tot slot is de jaarlijkse groep medestudenten relatief klein. Hierdoor is er voldoende persoonlijke aandacht en zijn er veel mogelijkheden tot interactie tijdens de lessen. Het was heel gezellig, en dat is het nog steeds. Ik kan het dan ook niet laten zo nu en dan nog eens een kijkje te nemen, op het IViR of tijdens een borrel.’