Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

We zitten midden in een pandemie, maar een Europese aanpak komt niet goed van de grond. Centraal beleid op EU niveau is echter noodzakelijk voor de opslag, aanschaf en toewijzing van vaccins en medische noodmiddelen. Een dergelijke centrale rol voor de EU zou ook de steun van burgers krijgen. Dit stellen wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam en Gent, op basis van onderzoek.

Dit opiniestuk is geschreven door Roel Beetsma, Hoogleraar Macroeconomie (UvA), Brian Burgoon, Hoogleraar Internationale Politieke Economie (UvA), Francesco Nicoli, Hoogleraar Economisch Beleid (U Gent), Anniek de Ruijter, Universitair Hoofdocent EU Gezondheidsrecht (UvA) en Frank Vandenbroucke, Universiteitshoogleraar (UvA). Het is gebaseerd op een survey dat deel is van hun internationale onderzoek naar Europa als sociaal vraagstuk.

De bevolking lijkt meer bereid tot Europese solidariteit dan de politieke leiders

Traditioneel worden medicijnen tegen besmettelijke ziektes grotendeels op nationaal niveau aangekocht en opgeslagen. In ons onderzoek vroegen wij Nederlandse burgers, nog voor de uitbraak van COVID, of ze erachter zouden staan als de EU de gemeenschappelijke aankoop, opslag en gecoördineerde inzet van medicijnen tegen epidemieën zou gaan uitvoeren. Een meerderheid van de respondenten bleek voor, slechts een minderheid tegen. De bevolking lijkt méér bereid tot Europese solidariteit dan onze nationale politieke leiders. En die solidariteit zou in ieders belang zijn. Hoe gaat het nu en wat kan een centrale rol van de EU verbeteren?

Gezamenlijke inkoop is tot nu toe een vrijwillig systeem

De EU organiseert een vrije markt voor goederen en diensten. Voor het beschermen van de volksgezondheid is een inbreuk op de vrije markt geoorloofd. Op zich een goede regel, maar daarmee komen medicijnen en medische hulpmiddelen niet ook automatisch op de plek terecht waar een besmettelijke ziekte ontstaat of waar de nood het grootst is. De Europese Commissie probeert al sinds de SARS en vogelgriep uitbraken gezamenlijk in te kopen, maar het lukte pas echt hier regelgeving voor te maken na de uitbraak van de Varkensgriep. Veel landen kochten toen te veel vaccins in, en voor sommige landen bleef niets over. De nieuwe regeling blijft echter, anders dan de Commissie wilde, een vrijwillig systeem.

Huidige mogelijkheden voor een centrale noodopslag zijn niet voldoende

Op dit moment is er door 15 landen een aanbesteding gedaan voor een pandemisch griepvaccin. Toewijzing tijdens een crisis gebeurt op basis van de overeenkomst, met slechts een beperkte flexibiliteit om prioriteit te geven aan lidstaten waar de nood het hoogst is. Naast deze mogelijkheid van gemeenschappelijk aanbesteden, kan er in het kader van civiele bescherming ook een aanbesteding worden gedaan met de inzet van EU-fondsen om een voor-inkoop van medische noodmiddelen te bewerkstelligen en een centrale noodopslag aan te leggen.

In deze context kan de Commissie een meer centrale rol krijgen, zodat er sneller besluiten kunnen worden genomen, maar de bijdrage aan de noodopslag hangt wederom af van de bereidheid van lidstaten. De omvang van de middelen in de noodopslag is bovendien veel kleiner dan wat alle landen gezamenlijk op nationaal niveau besteden. De huidige crisis laat de rampzalige kosten zien van een gebrek aan centraal beleid bij besmettelijke ziektes. Landen proberen voor zichzelf zoveel mogelijk hulpmiddelen zeker te stellen en sluiten daarbij de grenzen voor exporten.

Regel gemeenschappelijke opslag, aanschaf en toewijzing vanuit centraal EU-niveau

Wat moet er gebeuren? Aanschaf, opslag en toewijzing van medicijnen voor grootschalige en gevaarlijke infectieziektes dienen vanuit centraal EU-niveau te gebeuren. De middelen hiervoor kunnen uit de Europese begroting komen of uit aparte bijdragen van de lidstaten volgens een verdeelsleutel. Dit voorkomt dat er op hetzelfde moment in sommige landen te veel van een medicijn is, en in andere landen te weinig, wat economisch duidelijk inefficiënt is. Gemeenschappelijke opslag betekent bovendien dat er een centrale voorraad is die groter is dan de voorraad die ieder land afzonderlijk kan hebben. Hierdoor is er een veel ruimere hoeveelheid van het medicijn direct beschikbaar om een infectieziekte te bestrijden zodra deze ergens opduikt, en wordt verdere verspreiding snel de kop ingedrukt.

Voor een gezamenlijk opslag is ook een gezamenlijke aanschaf van medicijnen nodig met centrale zeggenschap vanuit de EU. Dit heeft als voordeel dat er bij de aankoop een sterkere positie is ten opzichte van fabrikanten, die landen niet tegen elkaar kunnen uitspelen door te dreigen niet te leveren als ze niet voldoende willen betalen.

Gezamenlijke aanschaf en opslag dienen tot slot gepaard te gaan met een centraal aangestuurde toewijzing van medicijnen, op basis van richtlijnen van het Europese Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en het Europese Medicijn Agentschap waar het gaat om medicamenten. Dit voorkomt dat landen ieder voor zich voldoende aanbod veilig proberen te stellen om hun eigen bevolking eerst te helpen.

Eenmaal in een crisis blijkt het ieder land voor zich te zijn

Met ‘non-coöperatief’ gedrag benadelen landen zowel elkaar als zichzelf, omdat dit het lastig maakt om brandhaarden direct te bestrijden en verdere verspreiding te voorkomen. Nationale politici die onder zware publieke druk staan om ‘iets te doen’, kunnen dit in de context van een crisis onvoldoende in ogenschouw nemen. Dat is nu helaas de situatie. Deze laat zien dat het cruciaal is om tot goede arrangementen te komen voordat een crisis dreigt. Wanneer we eenmaal in een crisis zitten blijkt het ieder land voor zich te zijn.

Centralisering van beleid op EU-niveau noodzakelijk

Centralisering van beleid op EU-niveau is noodzakelijk voor de aanschaf van een Covid-19 vaccin wanneer het eenmaal beschikbaar komt, maar ook voor de bestrijding van toekomstige, nog onbekende besmettelijke ziektes. Bovendien laat ons onderzoek zien dat zelfs als er geen gezondheidscrisis is, Nederlanders hier niet tegen zouden zijn.

dhr. prof. dr. R.M.W.J. (Roel) Beetsma

Faculteit Economie en Bedrijfskunde

Sectie Macro & International Economics

dhr. prof. dr. B.M. (Brian) Burgoon

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Programmagroep: Political Economy and Transnational Governance

mw. dr. mr. A. (Anniek) de Ruijter

Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Europees Publiekrecht

dhr. prof. dr. F.I.G. (Frank) Vandenbroucke

Bestuur en Bestuursstaf