Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Bachelor Culturele antropologie en ontwikkelingssociologie

Studieprogramma

Culturele antropologie en ontwikkelingssociologie

De bachelor Antropologie duurt drie jaar. Elk studiejaar is opgebouwd uit twee semesters van elk ongeveer 20 weken college, en omvat 60 studiepunten. De bachelor is zo ingericht dat je in principe 40 uur per week met je studie bezig bent, waaronder voor een belangrijk deel door zelfstudie. Qua inhoud bouw je je antropologische kennis en vaardigheden per jaar steeds verder uit. Je kunt vanaf het tweede jaar een specialisatie op thema en regio gaan vormgeven.

  • Het eerste jaar: inleiding

    Het eerste jaar van de studie  is een brede inleiding in het vakgebied van antropologie. Bij de module Inleiding culturele antropologie en Inleiding Niet-westerse Sociologie komen belangrijke antropologische en sociologische thema’s aan de orde, zoals politiek en macht, economie, globalisering, religie en rituelen, man-vrouwverhoudingen en verwantschapssystemen. Ook bestudeer je theoretische uitgangspunten zoals evolutionisme, functionalisme en structuralisme en hedendaagse theorieën binnen de antropologie, zoals postmodernisme.

    Bij het Schrijfpracticum schrijf je essays op basis van klassieke en moderne antropologische studies. Tijdens het vak Methoden en Technieken leer je de basis van onderzoeksmethoden. Aan het eind van het eerste jaar onderzoek je bij Antropologie in Actie de toepasbaarheid van antropologisch denken en kijken buiten de wetenschap.

    Zie studieprogramma Antropologie in de studiegids

  • Het tweede jaar: verdieping en oriëntatie

    In het tweede jaar verdiep je je verder in verschillende terreinen van de antropologie en sociologie. Bij 'Theorie en geschiedenis van de Antropologie' bestudeer je het ontstaan en de ontwikkeling van antropologie als sociale wetenschap. 'Historisch comparatieve sociologie' gaat in op grote sociale processen zoals kolonialisme, staatsvorming, natievorming en globalisering. Daarnaast kijk je in dat vak naar de manier waarop politieke leiders en regeringen hebben geprobeerd om maatschappelijke veranderingen teweeg te brengen in verschillende landen van de wereld.

    In het tweede jaar kies je ook een module waarmee je inzoomt op een specifieke regio in de wereld, en maak je een keuze uit twee oriëntatiemodulen die een eerste aanzet zijn voor een specialisatie in een bepaald thema. Je kunt kiezen uit de volgende richtingen: 

    • Politiek van taal 
    • Antropologie en sociologie van ontwikkeling 
    • Lichaam en cultuur 
    • Antropologie van religie 
    • Macht en identiteit

    Zie de themamodules in de studiegids (let op: het aanbod kan per jaar verschillen)

  • Het derde jaar: specialisatie

    In het derde jaar geef je je specialisatie vorm door het kiezen van themamodulen. In die modulen werk je op hoog theoretisch niveau een specifiek thema uit. Voorbeelden van themamodulen zijn:

    • Political Anthropology: Power and Protest
    • Anthropology and Photography
    • Natuur/Cultuur: antropologie en ecologie
    • Religion and Globalisation
    • Reproduction, Health and Technolgies
    • Magic bullets en ontwikkeling: debatten over armoede
    • Narrating the Self

    De keuze voor je specialisatie zal afhangen van de onderwerpen uit de oriëntatiemodulen waarvoor je de meeste belangstelling hebt en waar je eventueel  je master-onderzoek in wilt doen. Je sluit de bachelor af met een mondeling tentamen over een zelfgekozen thema dat binnen één van de vijf oriëntatierichtingen past.

  • Onderwijsvormen
    • Tijdens hoorcolleges is voornamelijk de docent aan het woord. Zij of hij licht de stof toe die je van tevoren hebt bestudeerd.
    • In een werkgroepcollege werk je samen met de docent en je medestudenten aan een literatuurstudie of vraagstelling.
    • Tijdens een practicum werk je individueel of samen met je medestudenten. Tijdens het schrijfpracticum leer je bijvoorbeeld goed academisch schrijven. Tijdens het practicumvak 'Methoden en technieken' leer je zelfstandig onderzoek doen.

    De meeste colleges worden afgesloten met een of meerdere toetsen, zoals een schriftelijk of mondeling tentamen, een werkstuk of referaat.

  • Hoeveel studeer je per week?
    • Studielast per week: 40 uur
    • Onderwijs: 12 uur
    • Zelfstudie: 28 uur

    Zelfstudie omvat: materiaal zoeken en bestuderen in de bibliotheek, je voorbereiden op colleges, werkstukken schrijven. In de latere jaren neemt het aantal onderwijsuren af, en neemt de tijd die je zelfstandig werkt toe.

  • Studiebegeleiding en Bindend studieadvies (BSA)

    Mentor

    Tijdens het eerste jaar word je begeleid door een mentor. Die maakt je wegwijs in de opleiding en kan je ook helpen bij meer algemene vragen die je hebt bij de start van je studie.

    Studieadviseur

    Vanaf het tweede jaar nemen de studieadviseurs de begeleiding over. Iedere student krijgt een tweedejaarsgesprek om de keuzes binnen de studie te bespreken. Daarnaast kunnen studenten met vragen of problemen zelf een afspraak maken met een van de studieadviseurs. 

    Je kunt altijd terecht bij de studieadviseur, bijvoorbeeld met (algemene) vragen over studiefinanciering, studieoriëntatie bij verkeerde studiekeuze, studieplanning en -vertraging, toelatingseisen, vrijstellingen, universitaire regelgeving en keuzemogelijkheden.

    Bindend studieadvies (BSA)

    Alle eerstejaarsstudenten krijgen aan het eind van het eerste jaar een Bindend studieadvies (BSA). Met het BSA stelt de opleiding vast in hoeverre een student aan het einde van het eerste studiejaar de motivatie en capaciteiten bezit om te slagen in de opleiding. Het aantal punten dat je moet halen om een positief studieadvies te krijgen is 42.

    • Gedurende het eerste studiejaar krijg je meerdere voorlopige studieadviezen, op basis waarvan je tijdig actie kunt ondernemen of besluiten om de studie te beëindigen.
    • Als je aan het einde van het eerste studiejaar het aantal benodigde studiepunten om een positief BSA te krijgen(of meer) hebt behaald, mag je de bachelor in het daaropvolgende studiejaar voortzetten.
    • Studenten die een negatief BSA ontvangen, kunnen zich in de daaropvolgende drie studiejaren niet herinschrijven voor deze bacheloropleiding. Mochten bijzondere omstandigheden, zoals ziekte of andere persoonlijke factoren, een rol gespeeld hebben in het niet behalen van het aantal benodigde studiepunten voor een positief BSA, dan kan bij de examencommissie bezwaar worden gemaakt tegen een negatief BSA.
  • Stage & Internationaal studeren

    Binnen de bachelor Culturele antropologie en ontwikkelingssociologie heb je 30 studiepunten keuzeruimte. Er zijn verschillende mogelijkheden die naar eigen inzicht in te vullen. Lijkt het je leuk om stage te lopen en zo je opgedane kennis toe te passen inop de praktijk? Of misschien wil je internationale ervaring aan opdoen aan een buitenlandse universiteit?

    Stage

    Je kunt er in je bachelor ook voor kiezen om voor 6 of 12 ECTS een stage te lopen. Je moet hiervoor zelf een stageplaats en voorstel aandragen. Een stage kan een goede methode zijn om te ontdekken wat jij als antropoloog de arbeidsmarkt te bieden hebt. Tijdens een stage zul je op een andere manier gevraagd worden om over bepaalde problematiek na te denken en hierover te rapporteren.

    Internationaal

    Internationale samenwerking is van cruciaal belang voor de wetenschap. Daarnaast kan, voor antropologen in het bijzonder, studeren aan een buitenlandse universiteit een zeer waardevolle ervaring zijn.

    De Universiteit van Amsterdam heeft daarom met meer dan vijftig universiteiten buiten Europa afspraken gemaakt over studentenuitwisseling. De opleiding Culturele antropologie en ontwikkelingssociologie heeft daarnaast met nog eens acht Europese antropologie opleidingen samenwerkingsverbanden, onder meer met Duitsland, Ierland, Spanje, Portugal en Italië. Studenten uit het buitenland volgen op hun beurt colleges bij de UvA.

    Het is mogelijk om in het derde jaar van de bachelor Culturele antropologie en ontwikkelingssociologie op uitwisseling met een universiteit in het buitenland te gaan. Een uitwisseling duurt een semester en geeft je de mogelijkheid om 30 ECTS aan studiepunten te behalen. 

    Het College Sociale Wetenschappen heeft een International Office dat de spreekuren en voorlichting over studeren in het buitenland verzorgt. Hier kun je ook terecht met vragen over andere internationale activiteiten en bijvoorbeeld beurzen.

    Er zijn ook UvA-brede uitwisselingsprogramma’s.  Meer informatie over de verschillende mogelijkheden en bestemmingen tref je aan op de UvA site 'Studeren in het Buitenland'.

    Studeren in het buitenland

  • Minoren & keuzeruimte

    Binnen de bachelor Culturele antropologie en ontwikkelingssociologie heb je 30 studiepunten keuzeruimte. Er zijn verschillende mogelijkheden die naar eigen inzicht in te vullen. Dat kan door bijvoorbeeld meer keuzevakken bij antropologie te volgen, maar ook buiten de bachelor is er veel te kiezen.

    Minor

    Wil je een specialisatie naast je bachelor Culturele antropologie en ontwikkelingssociologie? Dan kun je kiezen voor een minor. Een minor is een samenhangend onderwijsprogramma van een andere bacheloropleiding, bijvoorbeeld een minor Internationale betrekkingen, Gender and Sexuality, Filosofie of Conflict Studies. Het behalen van een minor kan toegang geven tot een bepaalde master. Meer informatie over alle mogelijke minoren kun je vinden in de studiegids.

    Losse keuzevakken bij andere opleidingen

    Keuzemodulen bij sociologie, politicologie en andere opleidingen kun je vinden in de studiegids. Interessante keuzemodulen voor antropologen op de UvA zijn te vinden bij andere Sociale Wetenschappen, zoals Sociologie, Politicologie, Pedagogiek en Geografie. Maar ook bij Geesteswetenschappen zijn er interessante mogelijkheden, zoals Filosofie, Geschiedenis of Europese studies. Daarnaast verzorgt het Instituut voor Interdisciplinaire Studies van de UvA onderwijs waarbij je leert over de grenzen van je vakgebied heen te kijken.

    De UvA niet groot genoeg? Je kunt je ook bij andere universiteiten in Nederland inschrijven als bijvakstudent en op die manier je keuzemogelijkheden vergroten!

    Meer keuze?

    De 30 punten aan vrije keuzeruimte zijn ook op te vullen met een stage of met een semester studeren aan een universiteit in het buitenland. Kijk daarvoor bij Stage & Internationaal.

    Het minor aanbod

  • Honours- en talentprogramma

    Ben jij een talentvolle student op zoek naar meer verdieping in je studie, dan is het honours- en talentprogramma van het College Sociale Wetenschappen geknipt voor  jou.

    Doel van het Talentprogramma is om gemotiveerde studenten al tijdens de bachelor extra stimulans te bieden en op originele wijze kennis te laten maken met wetenschappelijk onderzoek.

    Je volgt  een uitdagend pakket van diepgaande vakken met een studielast van in totaal dertig extra studiepunten. Hieruit kunnen bijzondere projecten, zoals bijvoorbeeld documentaires, ontstaan. Je richt je programma zelf in en kiest voor een meer verbredende- of verdiepende wijze.

    Voor dit programma moet je minimaal een 7 gemiddeld staan en een toelatingsbrief schrijven, waarin je je motivatie toelicht.

    Extra voordelen:

    • het programma biedt innovatief onderwijs;
    • je werkt op hoog niveau samen in kleine groepen.

    Honeurs & Talent programma