Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Het studieprogramma van de bachelor Natuur- en Sterrenkunde is zo opgebouwd dat je in de eerste twee jaar een stevige basis legt in de klassieke fysica en in de moderne natuurkunde. Je maakt ook kennis met sterrenkunde. Naast dat je analytisch en kritisch leert denken, wordt je wiskunde kennis flink uitgebreid. Met invulling van je keuzevakken kun je er zelf voor kiezen om je te specialiseren in experimentele natuurkunde, theoretische natuurkunde of sterrenkunde.

Opbouw studiejaar

Elk studiejaar is opgebouwd uit twee semesters die zijn opgedeeld in twee blokken van acht weken en een blok van vier weken. Je volgt doorgaans twee of drie vakken met hoorcolleges, werkcolleges en practica. In het vierde blok heb je al je colleges op de VU locatie, tijdens de andere blokken volg je vakken op het Science Park van de UvA. De meeste vakken worden afgesloten met één of meerdere toetsen, zoals een schriftelijk of mondeling tentamen, een werkstuk of een eindpresentatie.

  • Het eerste jaar

    In het eerste jaar van de bachelor Natuur- en Sterrenkunde maak je vooral kennis met uitdagende onderwerpen als:

    • speciale relativiteitstheorie
    • quantummechanica
    • sterrenkunde
    • electrodynamica

    In je eerste jaar leer je al hoe je een goed onderzoek opzet en uitvoert en omgaat met apparatuur en geavanceerde computersoftware. In verschillende practica leer je de basisprincipes van het onderzoek. Het eerste jaar wordt afgesloten met het practicumproject.

    Wiskundevakken
    Naast de natuur- en sterrenkundige vakken volg je ook een flink pakket wiskundevakken, zoals calculus en lineaire algebra. Tijdens het hele eerste jaar maak je deel uit van een tutorgroep onder leiding van een ouderejaarsstudent die je begeleidt in je studie.

  • Het tweede jaar

    Je breidt je kennis van natuur- en sterrenkunde in het tweede en derde jaar steeds verder uit. Wiskunde blijft tot en met het tweede jaar een belangrijk onderwerp. Met de invulling van je keuzevakken kies je al een beetje voor een specialisatie in experimentele natuurkunde, theoretische natuurkunde of sterrenkunde. Maar je kunt ook vakken uit de verschillende richtingen kiezen. In je tweede jaar volg je de vakken Reflectie op natuurkunde en Research practicum, waarbij je ook weer zelf onderzoek gaat doen. Je werkt mee aan een of twee projecten bij een onderzoeksgroep naar keuze aan de UvA of de VU.

  • Het derde jaar

    Het derde jaar bestaat volledig uit keuzevakken waarmee je je kunt voorbereiden op een master. De keuzeruimte kun je zowel bij de UvA als VU invullen. Het jaar sluit je af met het bachelorproject. Dit is een onderzoeksstage bij een wetenschappelijk instituut dat met veel internationale partners samenwerkt. Je rondt je opleiding af met een uitgebreid verslag over je onderzoek. Je krijgt dan de titel Bachelor of Science (BSc) en ontvangt een gezamenlijk diploma van de UvA en VU.

Curriculum schema: het studieprogramma in één oogopslag

Digitale studiegids: informatie over alle vakken (2019-2020)

Telescoop

Een typische week bij Natuur- en Sterrenkunde

Natuur- en Sterrenkunde is een voltijdstudie. Dat betekent dat je ongeveer 40 uur per week met je studie bezig bent. Een groot deel van je studie volg je een verplicht programma met vakken in natuurkunde, sterrenkunde en wiskunde. Naarmate je verder komt in de studie, wordt ook een zelfstandigere werkhouding van je verwacht, waardoor je meer tijd aan zelfstudie besteedt. Bij Natuur- en Sterrenkunde gebruiken we de volgende onderwijsvormen:

  • Hoorcolleges
    In hoorcolleges licht een docent de stof die je thuis hebt bestudeerd toe en krijg je de gelegenheid om vragen te stellen.
  • Werkcolleges
    Tijdens werkcolleges oefen je in kleinere groepen van ongeveer 20 studenten onder begeleiding van een docent met de stof, die tijdens het hoorcollege is besproken.
  • Practica
    (Computer)practica bestaan uit opdrachten die je individueel of in tweetallen uitvoert. De begeleiding van practica is in handen van docenten, onderzoekers of studentassistenten.
  • Projecten
    Tijdens een project werk je individueel of in een team van twee tot vijf studenten vier weken aan een grote opdracht. Je wordt begeleid door docenten.