We leiden je op tot een allround academicus met veel kennis over de Klassieke Oudheid. Je wordt getraind in literaire analyse, met inzicht in taal en taalstructuren, kennis van effectieve communicatie, en aandacht voor (cultuur)historische processen. Je leert vanuit een kritische onderzoekshouding en met een internationale blik je kennis toe te passen op nieuwe vraagstukken zowel binnen het vakgebied als daarbuiten.
Het eerste jaar is breed van opzet: je profiteert direct van de samenwerking met de opleidingen Oudheidwetenschappen en Archeologie. Je brengt je kennis van het Grieks en het Latijn op hoog niveau door veel klassieke teksten te lezen en je verdiept je in de cultuurgeschiedenis van de Klassieke Oudheid. Je start ook meteen met het ontwikkelen van je schrijfvaardigheid aan de hand van creatieve schrijfopdrachten. Er is ook aandacht voor antieke filosofie.
In het tweede jaar verdiep je je verder in de klassieke auteurs, maar je maakt ook kennis met werken uit de post-klassieke periode door bijvoorbeeld teksten van Byzantijnse en middeleeuwse schrijvers te lezen. Het belang van het Latijn voor de cultuur van Europa komt expliciet aan bod. Je wordt uitgedaagd om zelf onderzoek te doen.
In het derde jaar heb je keuzeruimte waarmee je je opleiding een eigen profiel kunt geven. Ook is het mogelijk om een deel van je studie in het buitenland te doen. Je rondt je bachelor af met het schrijven van een scriptie.
Afhankelijk van je vooropleiding Grieks volg je grammaticacolleges (morfologie) en lectuurcolleges (syntaxis) rond een redevoering van Lysias. Je oefent woordenschat (Logos), tekstontsluiting, retorische analyse, historische context en reflectie op genre- en stijlkenmerken, individueel en in groepsopdrachten.
In dit vak worden Latijnse vormleer en syntaxis zowel apart als via lectuur van poëzie aangeleerd. Je bouwt woordenschat op, leert zinnen analyseren met hulpbronnen, teksten interpreteren en reflecteert (onder begeleiding) op inhoud, genreconventies en stilistische kenmerken.
This course surveys major historical and cultural developments in the Mediterranean and Near East from the Neolithic to the Hellenistic era, using key sites and objects, and combines lectures with seminar assignments using texts and original archaeological materials.
In dit vak verdiep je je leesvaardigheid Grieks en Latijn aan de hand van filosofisch proza. Je breidt woordenschat en grammaticale kennis uit, analyseert complexere zinnen en reflecteert op inhoud en genre via lectuurcolleges Plato en Cicero’s Somnium Scipionis.
This course introduces the main textual and iconographic sources for Classical Antiquity and how their transmission affects research. You learn source-specific analytical skills, practice critical evaluation, and combine different evidence types in interdisciplinary case studies, including a visit to a historical site.
Covering ca. 1100 BCE–500 CE, this course traces political, cultural, and material developments in Italy and the Roman world, linking Etruscans, Republic, and Empire with wider Mediterranean interactions through lectures, seminars, texts in translation, and original archaeological materials.
In deze module lees je Plato en Cicero’s Pro Archia (aangevuld met extra Grieks of Latijn), waarbij je leesvaardigheid, woordenschat en syntaxis verdiept. Je leert proza-teksten zinsoverstijgend analyseren, met commentaar en woordenlijst vertalen en inhoud, en met context en interpretatie beargumenteerd bespreken.
Deze cursus biedt een panorama van Griekse en Latijnse literatuur: epos, lyriek, tragedie, historiografie en didactische poëzie, met auteurs als Homerus, Sophocles, Vergilius en Ovidius. Je leert teksten in vertaling historisch-literair te duiden, academisch te schrijven en lectuur in het origineel toe te passen.
In dit vak verdiep je je vertaalvaardigheid en maak je kennis met de Griekse tragedie via een stuk van Euripides. Je bestudeert literaire interpretatie, genreconventies, opvoeringsaspecten, metriek, Euripides’ plaats in de traditie en de latere (o.a. Latijnse) receptie.
This course introduces Greek and Roman philosophy from Presocratics to late antiquity, exploring nature, knowledge, being, ethics and politics through primary texts, and thematically surveying Presocratics, sophists, Socrates, Plato, Aristotle, Hellenistic schools, Roman thinkers and Neoplatonism.
In dit vak lees je een boek uit de Ilias en verdiep je taalkundige en interpretatieve aspecten van het Homerische epos. Daarnaast presenteer je in groep een artikel en vertaal je zelfstandig een boek uit de Odyssee.
Dit vak draait om Vergilius’ Aeneis: je leest hoogtepunten, vult die aan met vergelijkende bron- en doelteksten, traint vertaalvaardigheid en oefent nauwkeurige tekstinterpretatie, inclusief aandacht voor de Aeneis als geheel en haar rijke receptiegeschiedenis.
In dit vak maak je via tien thema’s kennis met theorieën, methoden en kernliteratuur van de Latijnse taalkunde. Je bespreekt artikelen kritisch, doet kleine onderzoeksprojecten, oefent met digitale hulpmiddelen en past linguïstische analyses toe op Latijnse teksten.
This course surveys key philosophical ideas and debates about method that shaped modern disciplines, relating them to studying antiquity through texts and material culture, and critically examines disciplinary versus interdisciplinary approaches, their limits, and their possibilities.
In dit vak bestudeer je kernonderwerpen van de Griekse taalkunde (historische grammatica, accentleer, tijd-aspect, woordvolgorde, partikels), lees je theoretische literatuur en onderzoek je zelfstandig Griekse teksten, waarover je schriftelijk rapporteert.
Deze module behandelt Latijnse literatuur van Late Oudheid tot Middeleeuwen (4e–14e eeuw). Je leest en contextualiseert postklassieke teksten, onderzoekt taal, stijl, genre en cultuurhistorische context, en legt verbindingen met Griekse literatuur uit dezelfde periode.
This excursion course integrates material, textual, historical and heritage approaches. Through preparatory lectures and seminars, museum and site visits, presentations and a written paper, you study the excursion destination’s culture diachronically and in its wider, interdisciplinary context.
Dit vak verkent laatantieke en Byzantijnse epiek (3e–12e eeuw) via hexameterdichters als Quintus, Nonnus, Musaeus, Aelia Eudocia en Tzetzes. Je oefent interpretatie, let op stilistiek en genre, en reflecteert kritisch op secundaire literatuur en onderzoek.
In dit vak schrijf je een academische paper (3000–4000 woorden) over een Griekse of Latijnse tekst, oefen je kernvaardigheden van academisch schrijven, en verbeter je je werk via deelopdrachten, peer-feedback en docentfeedback.
Dit vak bestaat uit werkcolleges met theoretische introductie in de receptiegeschiedenis van de klassieken en creatieve schrijfopdrachten (essay, poëzie, vertaling, dialoog). Je levert een creatieve eindopdracht over klassieke receptie en presenteert die aan medestudenten.
Dit vak behandelt Griekse en Latijnse historiografie via intensieve lectuur van Herodotus, Thucydides, Xenophon, Polybius, Cassius Dio, Livius en Tacitus, in origineel en vertaling, aangevuld met secundaire literatuur over historiografische methoden, stijl en traditie.
This course studies how places, symbols, persons and institutions gain meaning as “places of memory,” analysing how texts, stories, material remains and space are shaped as heritage, through comparative, interdisciplinary case studies mainly connected to the ancient world.
Dit vak verdiept zich in Horatius’ lyriek, vooral het eerste boek Oden. Je leest en analyseert diverse gedichten (liefde, drinklied, hymne e.d.), besteedt aandacht aan metrum en bespreekt oden en secundaire literatuur in colleges en presentaties.
In het tweede en derde jaar van de opleiding krijg je 54 studiepunten (EC) om naar eigen inzicht in te vullen. Hiervan zijn 12 studiepunten bestemd voor een opleidingsgebonden keuzevak. Voor de overige 42 EC heb je meerdere opties.
In principe kun je elk vak als keuzevak volgen. Een vak van de Faculteit der Geesteswetenschappen, een andere faculteit of zelfs een andere universiteit. De meeste opleidingen bieden aparte keuzevakken aan.
Een minor is een samenhangend onderwijsprogramma van 30 EC. Een minor is niet verplicht, maar kan een goede voorbereiding zijn op een master of een bepaald beroep.
Je kunt tijdens je bachelor een lesbevoegdheid halen. Je volgt dan de minor Educatie (30 EC) bij de Interfacultaire Lerarenopleidingen (ILO). De minor combineert een theoretische opleiding met een stage op een middelbare school. Op je bachelordiploma krijg je de aantekening dat je een beperkte tweedegraads lesbevoegdheid hebt behaald. Je mag dan lesgeven in de onderbouw van havo-vwo en het gehele vmbo.
Als je vervolgens een eerstegraads lesbevoegdheid wilt halen, doe je eerst een master op je vakgebied en daarna de Lerarenopleiding van 30 EC. Als je de minor Educatie niet hebt gevolgd, is de Lerarenopleiding na je master 60 EC.
Het is mogelijk tijdens de studie stage te lopen en een periode in het buitenland te studeren.
Een stage, een verblijf in het buitenland en alle ervaring die je opdoet in relevante (bij)banen, bestuursfuncties of vrijwilligerswerk, kunnen een verrijking zijn van je studietijd én je cv. Tijdens een stage doe je werkervaring op en krijg je een indruk van welk soort werk bij jou past. Je kunt stage lopen in de keuzeruimte.
De UvA neemt intensief deel aan internationale samenwerkings- en uitwisselingsprogramma’s in Europa, de Verenigde Staten en Canada, waardoor je een periode in het buitenland kunt studeren. De opleiding Griekse en Latijnse taal en cultuur heeft afspraken over studentenuitwisseling met de universiteit van Bologna en Napels.
Zoek je extra uitdaging? Dit kun je op verschillende manieren realiseren, bijvoorbeeld door te kiezen voor een tweede studie of door het honoursprogramma te volgen.
De Faculteit der Geesteswetenschappen biedt de mogelijkheid om bij twee verschillende bachelors een diploma te halen. Door middel van vrijstellingen kun je de twee diploma's halen met een lagere effectieve studielast. Een dubbele bachelor is bedoeld voor gemotiveerde studenten die extra uitdaging en/of een breder perspectief zoeken tijdens hun studie.
Studenten die naast het reguliere onderwijs een extra uitdaging zoeken, kunnen het honoursprogramma volgen.
Studenten die het honoursprogramma met succes afronden, krijgen hiervan een vermelding op het supplement van hun bachelordiploma.
Als bachelorstudent ben je zo'n 42 uur per week met de studie bezig. In het eerste studiejaar volg je zo'n 10 tot 15 uur college per week. De andere uren besteed je aan zelfstudie. Je zoekt en bestudeert materiaal in de bibliotheek, je bereidt je voor op colleges of tentamens of schrijft een werkstuk. In het tweede en derde jaar heb je minder college-uren, maar besteed je meer tijd aan werkstukken en onderzoek.
Je kunt deze bachelor ook in deeltijd studeren. Je volgt dan dezelfde vakken als de voltijdstudenten, maar je hebt minder vakken per studiejaar en je behaalt 30 EC per studiejaar (voltijdstudenten: 60 EC). Deeltijdstudenten ronden deze opleiding in zes jaar af. Net als voor voltijdstudenten geldt er een bindend studieadvies (BSA): in het eerste studiejaar moet je minimaal 24 EC behaald hebben om je opnieuw te kunnen inschrijven voor het tweede studiejaar. Het collegegeld voor een deeltijdopleiding ligt iets lager dan het tarief voor voltijdopleidingen, zie ook Collegegeld. Deeltijdstudenten hebben geen recht op studiefinanciering.
Via de klassieke literatuur maken we kennis met een wereld die verbazingwekkend veel overeenkomsten vertoont met de onze.Mathieu de Bakker, universitair docent Lees het interview