Waarom was het vak ‘Tekstwerk’ belangrijk voor jou?
'Het heeft mijn toekomstbeeld als neerlandica echt duidelijker gemaakt. Tijdens dit vak kwamen opdrachtgevers, stuk voor stuk oud-studenten van de opleiding, vertellen over hun dagelijkse werkzaamheden. Er was een taalkundige met een eigen taalschool, een communicatiespecialist van het Amsterdam Museum, verschillende letterkundigen werkzaam bij grote en kleine uitgeverijen en boekhandel Athenaeum, en een docent in het middelbaar onderwijs. Iedereen had een actueel praktijkvraagstuk meegenomen, aan ons de opdracht om hiermee aan de slag te gaan. De opdrachtgevers hielpen ons op weg met bronnen, advies en contactpersonen uit hun netwerk. We gingen langs op hun werkplek, om onze vaardigheden in de praktijk in te zetten en te ervaren of dat specifieke werkgebied bij ons paste. We presenteerden onze resultaten zoals onderzoeksverslagen, marketing- en evenementenplannen of lesontwerpen tijdens een symposium. Deze werden kritisch, maar opbouwend en enthousiast beoordeeld. Dit gaf me echt het gevoel dat ik iets heb kunnen bijdragen aan een belangrijk, actueel vraagstuk en dat is heel motiverend.'
Aan welk vraagstuk heb jij gewerkt?
'Met twee medestudenten ging ik aan de slag voor uitgeverij Velvet Publishers, een kleine, onafhankelijke les-bi-queer uitgeverij die verhalen uitgeeft exclusief geschreven door vrouwelijke, queer auteurs waarin vrouwen uit de lgbtq+ gemeenschap centraal staan. Wij kregen als opdracht mee om een les-bi-queer klassieker van Nederlandse bodem van voor 1970 te vinden die opnieuw uitgegeven kon worden. Daarvoor besloten we in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek en Atria te zoeken, bezochten we de IHLIA LGBTI heritage in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) en namen we contact op met een literatuurwetenschapper. Als resultaat hadden we een shortlist met drie sterke, kansrijke klassiekers.'
Wat was het leukste daaraan of wat heb je ervan geleerd?
'Het leuke aan dit project was dat wetenschap, persoonlijke interesse en smaak hier samenkwamen. Ik deed onderzoek naar de geschiedenis van les-bi-queer literatuur, een onderwerp dat ik heel interessant vind. Hoe wordt deze groep gerepresenteerd in historische literatuur, welke verhalen kennen we al en welke zijn nog ongehoord? Er waren een aantal patronen te vinden. Lesbische boeken waren eerst vooral voor de mannelijke lezer, later werden liefdes vermomd als vriendschap, begraven in metaforiek, verscholen achter symbolen of kwamen tragisch ten einde. Het gat in de markt dat wij signaleerden; een duidelijk, lesbisch liefdesverhaal zonder verdrietige afloop. Ik vond het superleuk om al die boeken te beoordelen omdat dit, in tegenstelling tot andere onderzoeksprojecten, niet alleen droog wetenschappelijk hoefde te zijn. Ik mocht me als expert opstellen en mijn eigen smaak en gevoel in mijn oordeel gebruiken. Welk verhaal wil ik als queer vrouw, als neerlandica, in de boekhandel zien liggen? De wetenschap was bij dit project geen moetje, maar een hulpmiddel om de keuze voor de verhalen die we hebben aanbevolen te onderbouwen.'
Wat heb je hieraan in relatie tot je toekomstige carrière?
'Het opvallendste was om te zien hoe gevarieerd de carrièremogelijkheden van een neerlandicus zijn. Ik wist al dat er in cultuur, literatuur, media en onderwijs allerlei mogelijkheden zijn, maar er was bijvoorbeeld ook een beleidsmedewerker bij het Ministerie van Economische Zaken die zijn baan had gekregen vanwege zijn uitstekende taalvermogen. Dat ga ik onthouden als ik een leuke baan voorbij zie komen en twijfel of ik er wel gekwalificeerd voor ben. Daarnaast heb ik geleerd met een opdrachtgever vanuit het werkveld te werken, ik heb nu een realistischer beeld gekregen van werken bij een uitgeverij.'