Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Bachelor
Nederlandse taal en cultuur

Studieprogramma

De bacheloropleiding Nederlandse taal en cultuur duurt drie jaar (voltijds). Elk jaar omvat 60 studiepunten (EC). Een studiejaar bestaat uit twee semesters. Een semester is opgebouwd uit twee blokken van 8 weken, met telkens twee vakken (2x6 EC), en een blok van 4 weken met één intensief vak (6 EC).

Opbouw bachelor

De opleiding biedt je een leertraject aan in drie fasen. Die fasen lopen niet helemaal gelijk met de studiejaren. 

  • Fase A: Een brede basis (jaren 1 en 2)

    Fase A: Een brede basis (jaren 1 en 2)

    Je begint je studie met een degelijke, wetenschappelijke basis. Je leert vragen stellen over taal en teksten, de antwoorden van de wetenschap lezen en begrijpen, deugdelijke en drogredelijke argumentaties analyseren, literatuur van vroeger lezen vanuit actuele culturele kwesties. Ook maak je kennis met de filosofie van de geesteswetenschappen. Zo rust je jezelf uit met de nodige analytische begrippen, bekendheid met wetenschappelijke theorieën, gedegen schrijf- en argumentatievaardigheden en een kritische houding. Dat zijn onmisbare basiscapaciteiten voor een bachelor. In de volgende fasen oefen je ze op uiteenlopende terreinen en zet je ze ook in om je verder te verdiepen tijdens een afstudeertraject.

      Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3
    Basisvakken 60 EC 36 EC -
    Wetenschapsfilosofie - 12 EC -
  • Fase B: Een grote keuzeruimte (jaren 2 en 3)

    Toegerust met een academische basishouding, kun je je vanaf het tweede jaar inhoudelijk profileren. Volg in deze fase je eigen interesse en breid daarmee wat je in de basisvakken leerde uit. Je kunt dat doen door vakken uit andere gebieden van de geesteswetenschappen te volgen (als een minor of vrije keuzevakken), aan andere faculteiten en zelfs aan andere universiteiten. Je kunt ook in het buitenland gaan studeren, van België tot Zuid-Afrika. Met een stage kun je alvast van de beroepspraktijk proeven, bijvoorbeeld bij een uitgeverij, bij het ministerie van OC&W of als onderzoeksassistent. Met het facultair honoursprogramma kun je extra vakken volgen en je voorbereiden op een verdere geesteswetenschappelijke opleiding van hoog niveau. 

      Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3
    Keuzeruimte (keuzevakken, minor, stage, buitenland) - 12 EC 30 EC
    Honoursprogramma (optioneel) - (+ 30 EC)*  

    * Deze 30 EC zijn verdeeld over jaar 2 en 3.

  • Fase C: Een afstudeerfase (jaar 3)

    In een laatste, verdiepende fase voltooi je je opleiding. Je zet dan je academische basis en je eigen inhoudelijke profiel in om nieuwe, nog onbeantwoorde vragen te stellen. Je leert er ook een wetenschappelijk antwoord op te formuleren. Je verdiept je daarbij in één van de deelgebieden van de neerlandistiek: Nederlandse taalkunde, taalbeheersing, historische letterkunde of moderne letterkunde. Dat doe je door een track van samenhangende verdiepingsvakken te volgen. Aan het eind van je opleiding bewijs je met een afstudeeronderzoek dat je met de verworven kennis en methoden een onderzoeksvraag kunt beantwoorden en dat je wetenschappelijk kunt denken. Zo ben je klaar voor de arbeidsmarkt of voor een masteropleiding.

      Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3
    Verdiepingsvakken in tracks - - 18 EC
    Bacheloronderzoek - -

    12 EC

    Vier afstudeertracks

    In de afstudeerfase kies je een track waarin je je verdiept in één van de deeldisciplines van de neerlandistiek. Daarin krijg je, aansluitend op de gedegen inleidingen in de eerste jaren, cursussen die je vertrouwd maken met de wetenschappelijke debatten en methodes in de actuele neerlandistiek. Zo bereid je je voor op het onderzoek dat je in een afsluitende onderzoekswerkgroep uitvoert.

    Je kunt in je keuzeruimte de verdiepingsvakken van meerdere tracks volgen (met uitzondering van de afstudeerwerkgroep). Zo word je een brede neerlandicus en bereid je je met name goed voor op de master Nederlandse taal en cultuur of het leraarschap, waarin je meer dan één specialisatie nodig hebt.

    De vier tracks zijn:

    1. Historische Nederlandse letterkunde
      Deze track laat je zien hoe cultuur en literatuur uit het verleden voortleven in onze eigen tijd, hoe bronnen kunnen worden opgespoord, hoe teksten opnieuw kunnen worden uitgegeven, hoe de functie en betekenis van literaire teksten in hun sociaal-culturele context kunnen worden bestudeerd – kortom, hoe eeuwenoud cultuurgoed dat nog steeds betekenis heeft, levend blijft. Tijdens de colleges wordt aandacht geschonken aan theoretisch en praktisch wetenschappelijk onderzoek in de specialismen Middeleeuwen, Renaissance en Verlichting.
    2. Moderne Nederlandse letterkunde
      Deze track leert je de Nederlandse letteren van 1800 tot nu bestuderen binnen de kaders van hedendaagse, geesteswetenschappelijke vraagstukken die aansluiten bij actuele, maatschappelijke ontwikkelingen. Studenten krijgen een opleiding tot tekstanalytici, zowel van romans en poëzie als van andere Nederlandstalige teksten, en bestuderen de mogelijke betekenissen op het moment van ontstaan en in latere gebruikscontexten. Aan bod komen onder andere de wijze waarop teksten identiteiten produceren, de rol van de huidige celebrity culture, en de verschillende vormen van de moderne leescultuur.
    3. Nederlandse taalkunde
      In deze track bestudeer je de structuur van het Nederlands. Je bestudeert het hedendaagse Nederlands, waarbij vergelijking met andere talen, of vergelijking met dialecten je inzicht kunnen bieden in bepaalde taalverschijnselen. Ook historische variatie en de vraag naar het ontstaan van taalverandering spelen een belangrijke rol in de colleges. Daarnaast kijk je naar hoe kinderen en volwassenen het Nederlands leren.
    4. Taalbeheersing, argumentatietheorie en retorica
      Hierbij leer je onderzoeken hoe mensen taal gebruiken om anderen ergens over te informeren, hen te overtuigen of te overreden. We bestuderen een aantal prominente wetenschappelijke theorieën over taalgebruik, en onderzoeken waarom mensen elkaar in het dagelijkse taalgebruik kunnen begrijpen. Daarnaast maken we kennis met theorieën over argumentatie waarin wordt onderzocht wat een betoog goed of slecht maakt. Je leert de opgedane wetenschappelijke inzichten toe te passen in de dagelijkse praktijk van het schrijven van informatieve en betogende teksten en van het analyseren en beoordelen van de kwaliteit daarvan.
  • Minor en keuzeruimte

    Het bachelorprogramma biedt 48 EC keuzeruimte die je naar eigen inzicht en voorkeur mag invullen. Hiervoor heb je verschillende mogelijkheden.

    Keuzeruimte

    De keuzeruimte kun je op de volgende manieren invullen:

    • Vrije keuzevakken
    • Minor (30 EC): een minor is een samenhangend programma en kan een goede voorbereiding zijn op een master of een beroep. Een minor kan ook aan een andere universiteit – ook in het buitenland – worden gevolgd.
    • Stage (max. 12 EC).
    • Studeren in het buitenland.

    Minor

    Een minor is een samenhangend onderwijsprogramma van 24 of 30 EC. Een minor is niet verplicht, maar kan een goede voorbereiding zijn op een master of een bepaald beroep.

  • Stage lopen en internationaal studeren

    Het is mogelijk tijdens de studie stage te lopen en een periode in het buitenland te studeren.

    Stage lopen

    In de keuzeruimte kun je stage lopen. Je doet werkervaring op en krijgt een indruk van de mogelijkheden binnen een organisatie en van wat voor werk bij jou past. Tegelijkertijd krijgt de organisatie de kans kennis te maken met studenten Nederlandse taal en cultuur en hun vaardigheden. Een stage, een verblijf in het buitenland en alle ervaring die je tijdens relevante (bij)banen, bestuursfuncties of vrijwilligerswerk opdoet, kunnen een verrijking betekenen van je studietijd én je cv.

    Via de opleiding zijn stageplaatsen beschikbaar bij:

    • bedrijven,
    • literaire en culturele instellingen,
    • krantenredacties
    • en wetenschappelijke onderzoeksbureaus.

    Internationaal studeren

    De UvA neemt intensief deel aan internationale samenwerkings- en uitwisselingsprogramma’s, waardoor je een periode in het buitenland kunt studeren.

    Studenten Nederlandse taal en cultuur hebben onder meer gestudeerd in:

    • Ontario (Canada)
    • Evanston (VS)
    • Rennes en Parijs (Frankrijk)
    • Berlijn (Duitsland)
    • Wroclaw (Polen)
    • Pecs (Hongarije)
    • Jyväskylä (Finland)
    • Sint Petersburg (Rusland)
    • Jakarta en Semarang (Indonesië)
    • Stellenbosch (Zuid-Afrika)
    • Paramaribo (Suriname)

    Studenten uit het buitenland volgen op hun beurt colleges bij de UvA.

  • Honoursprogramma

    Studenten die naast het reguliere onderwijs een extra uitdaging zoeken, kunnen het honoursprogramma volgen.

    Wie komen in aanmerking?

    • Studenten die hun propedeuse in één jaar afronden met gemiddeld een 7,5 of hoger kunnen - na selectie - worden toegelaten tot een honoursprogramma in het tweede en derde jaar van hun bacheloropleiding.
    • De aanmelding voor de selectie start in het tweede semester van je eerste studiejaar.

    Studenten die het honoursprogramma met succes afronden, krijgen hiervan een vermelding op het supplement van hun bachelordiploma.

  • Tijdsbesteding en toetsvormen

    Als voltijdstudent ben je zo’n 42 uur per week met de studie bezig. Je besteedt ongeveer 14 uur per week aan colleges. De rest van de tijd ben je bezig met zelfstudie (voorbereiding op colleges, werkstukken en tentamens).

    Tijdens hoorcolleges licht de docent de literatuur toe die je van tevoren hebt bestudeerd. Tijdens werkcolleges werk je, onder begeleiding van een docent, intensief samen met je medestudenten, maak je opdrachten en houd je presentaties. Tijdens practica werk je in groep of zelfstandig.

    In de loop van de opleiding worden verschillende excursies georganiseerd, bijvoorbeeld naar het Literatuurmuseum in Den Haag, het Instituut voor Fonetische Wetenschappen (UvA), het Meertens Instituut (KNAW), Museum Plantin-Moretus en het Letterenhuis in Antwerpen.

    Toetsen bestaan uit schriftelijke of mondelinge tentamens, presentaties, werkstukken of referaten. De resultaten van de toetsen vormen samen het eindcijfer van het vak.

UvA Studiegids

Het studieschema en een uitgebreide beschrijving van de vakken vind je in de UvA Studiegids.